kremper de ~ (m.), ~s
flauwerik, neute
< kremper* (sukkel) {1845} van krempen, middelnederlands crempen (krimpen, ineenschrompelen, wegkruipen), bij krimpen. (etymologiebank.nl)
flauwerik, neute
< kremper* (sukkel) {1845} van krempen, middelnederlands crempen (krimpen, ineenschrompelen, wegkruipen), bij krimpen. (etymologiebank.nl)
mensen die altijd gratis iets willen krijgen maar nooit iets aan anderen geven