krel het ~, ~len
vervallen, wankel, bouwvallig, krakkemikkel, bijna uiteenvallend
vervallen, wankel, bouwvallig, krakkemikkel, bijna uiteenvallend
een boosaardige vrouw, driftig, prikkelbaar, weerbarstig
een hysterische vrouw
WNT: krellen: schreeuwen van kregeligheid
krel: meisje dat krelt
uit zijn humeur, boos,...