gast de ~ (m.), ~en
kerel, manspersoon
ook als aanspreking
vnw: jongen, kwajongen, kerel
Van Dale: 4 (informeel) persoon
Woordenboek der Nederlandsche Taal: gast: verkl. gastje, in...
kerel, manspersoon
ook als aanspreking
vnw: jongen, kwajongen, kerel
Van Dale: 4 (informeel) persoon
Woordenboek der Nederlandsche Taal: gast: verkl. gastje, in...
arbeider in dienst van een ambachtsman of fabrikant
vnw: knecht, hulp: bakkersgast, beenhouwersgast
afgeleid: meestergast
zie ook: metsersgast, timmermansgast
zie ook [gast,...
persoon met psychische problemen die opgenomen werd in een een familie die zich wijdde aan gezinsverpleging te Geel
zie ook kostgever