duts de ~, (m./v.), ~en
een seut, een doetje, een sukkel
Van Dale 2015 online: Belgisch-Nederlands
etymologie: afgeleid van dutten
dikwijls in verkleinvorm dutske
een seut, een doetje, een sukkel
Van Dale 2015 online: Belgisch-Nederlands
etymologie: afgeleid van dutten
dikwijls in verkleinvorm dutske