dijk de ~ (m.), ~en
dijk (Standaardnederlands), maar wordt ook gebruikt voor het water achter de dijk/oever = de gracht: "in den dijk" = in de gracht
dijk (Standaardnederlands), maar wordt ook gebruikt voor het water achter de dijk/oever = de gracht: "in den dijk" = in de gracht
brede, geplaveide wandelweg op de zeedijk langs de kust, tussen de gebouwen en het strand
Van Dale: (België) promenade langs strand
zie...