beklappen ww., beklapte, beklapt
roddelen
[wnt]: beklappen: klappen, babbelen.
Middelnederlands beclappen
Eigenlijk: Iemand bebabbelen, kwaad van hem spreken; bij Kiliaan (1574) vertaald met infamare, diffamare. In...
roddelen
[wnt]: beklappen: klappen, babbelen.
Middelnederlands beclappen
Eigenlijk: Iemand bebabbelen, kwaad van hem spreken; bij Kiliaan (1574) vertaald met infamare, diffamare. In...
bespreken
[wnt]: Beklappen: klappen, babbelen. In Noord-Nederland niet meer in gebruik.
overtuigen, overreden, overhalen
ook in de Leiestreek
[wnt]: Beklappen: klappen, babbelen. In Noord-Nederland niet meer in gebruik.