oppasser zn. m.; ~s
Algemeen Nederlands Woordenboek: (vooral) in België: iemand die op de kinderen past wanneer de ouders afwezig zijn; babysitter; babysit; oppas
v.: oppasster...
Algemeen Nederlands Woordenboek: (vooral) in België: iemand die op de kinderen past wanneer de ouders afwezig zijn; babysitter; babysit; oppas
v.: oppasster...
afkorting van het Frans passeport
opm.: reispas is wel SN
zie ook paske laten zien; paspoort
< andere definitie van pas
het doorgeven van een voorwerp (i.h.b. sport: de bal, de puk, ... aan een medespeler passeren)
Van Dale 2013 online: Belgisch-Nederlands
SN:...
slechts
Van Dale kent pas enkel als bw van tijd, alhoewel betekenis 4 a (vandaar) niet meer, niet verder dan (bv. dat...