/ wiggelen

ww. wiggelde, heeft gewiggeld

DISCLAIMER: Dit artikel werd nog niet redactioneel bewerkt en daarom kan de kwaliteit ontoereikend zijn.

Label(s)

- geen labels gekoppeld.
Betekenis

wiebelen

ook in prov. Antw.

Woordenboek der Nederlandsche Taal: Middelnederlands wiggelen: Een heen en weer gaande, schommelende beweging maken; zich heen en weer bewegen.

vergelijk: wiggel, in de ~ houden, wiggeling, in de ~ zijn,

Publicatiegegevens
Suggestie door
jiet - VL-WBK 1.0
Redacteur
Vlaams Woordenboek
Eindredacteur
Vlaams Woordenboek
Publicatiedatum
18/12/2025
Laatste bewerking
18/12/2025

Ge moet zo niet met uw kont wiggelen als er een bouwvakker op u fluit!

Hou nu eens op met dat gewiggel, ik krijg zenuwen van je.

Als er een zware camion voorbij komt gereden, dan wiggelen de glazen bijna om in de kast.