DISCLAIMER: Dit artikel werd nog niet redactioneel bewerkt en daarom kan de kwaliteit ontoereikend zijn.

Label(s)

- geen labels gekoppeld.
Betekenis

draaien en keren, onrustig zijn
iets doen dat onaangenaam is

De Bo, Westvlaamsch Idioticon (1873):
rabbelen, rabbelde, heb gerabbeld, o.w. Zich reppen, haastig iets verrichten, pogend werken met handen en voeten. Met al dat rabbelen, verbroddelt men het werk. Het gevallen peerd rabbelde om op te staan. Elk rabbelde uit zijn bed, als 't huis begon te branden. Hij lag in den gracht te rabbelen, en kon er niet uit.

Publicatiegegevens
Suggestie door
Floem - VL-WBK 1.0
Redacteur
Vlaams Woordenboek
Eindredacteur
Vlaams Woordenboek
Publicatiedatum
18/12/2025
Laatste bewerking
18/12/2025

Je hei nogal gerabbeld vannacht, 'k en kon nie sloape!
(Je hebt nogal liggen woelen vannacht, ik kon niet slapen.)

Khei gerabbeld in den hof.
( Ik heb in de tuin gewerkt.)