/ kabinet

het ~, ~ten, onz. zelfst. nw.

DISCLAIMER: Dit artikel werd nog niet redactioneel bewerkt en daarom kan de kwaliteit ontoereikend zijn.

Label(s)

- geen labels gekoppeld.
Betekenis
  1. groep medewerkers van een ministerie
    Van Dale 2016: in BE: de per­soon­lij­ke me­de­wer­kers en raad­ge­vers van een mi­nis­ter of staats­se­cre­ta­ris, die niet tot de amb­te­na­rij be­ho­ren en die na zijn ambts­pe­ri­o­de weer uit het mi­nis­te­rie ver­dwij­nen.
    zie ook cabinetard, kabinetard, kabinetsattaché, kabinetsadviseur, kabinetchef; kabinetsraad

  2. praktijkruimte, praktijk, dokterskabinet
    Van Dale 2016: BE prak­tijk­ruim­te van een be­oe­fe­naar van een vrij be­roep, m.n. van een arts, advocaat...
    DS2015 geen standaardtaal
    vnw: praktijk van een dokter, tandarts enz., spreekkamer, behandelkamer

  3. WC, toilet (regio Brugge, prov. Antwerpen)
    vnw

  4. kabernet (uitspraakvariant, dialectische vorm): toilet

  • naar het kabernet gaan = naar het toilet gaan (Antwerpse Kempen: Lier)
Publicatiegegevens
Suggestie door
aliekens - VL-WBK 1.0
Redacteur
Vlaams Woordenboek
Eindredacteur
Vlaams Woordenboek
Publicatiedatum
18/12/2025
Laatste bewerking
18/12/2025
  1. Ik werk voor het kabinet van Binnenlandse Zaken.
    Hebt u toch nog een andere vraag of opmerking, neem dan contact op met het kabinet Weyts via onderstaand formulier. (http://www.benweyts.be/)

  2. De dokter doet bij hem thuis visite in zijn kabinet.
    Daarom vragen wij om zoveel als mogelijk gebruik te maken van de raadplegingen in het kabinet van de dokter. (website van een groepspraktijk)

  3. Ik zit in het kabinet om een plaske te doen

  4. Ge gaat naar het kabernet om een grote of een kleine commissie te doen (komisse, uw ~ doen).