/ boemlala

de ~, m zst. nw geen meerv.

DISCLAIMER: Dit artikel werd nog niet redactioneel bewerkt en daarom kan de kwaliteit ontoereikend zijn.

Label(s)

- geen labels gekoppeld.
Betekenis

De “boemlala” is in feite een geïmproviseerd slaginstrument en was al veel langer populair in cafés en op familiefeesten. Het apparaat bestond meestal uit een grote pollepel, een paar vaatdoeken en een deksel van een kookpot. De bespeler bindt de vaatdoek rond de knieën en steekt de pollepel erdoor, met de bolle kant naar zijn buik gericht. Nu wordt het doek met die pollepel een beetje opgewonden en het deksel wordt voor de buik gehouden. Als de “muzikant” door zijn knieën zakt en ze naar de buitenkant beweegt, dan slaat de pollepel “boem” tegen het deksel. Brengt hij de knieën terug bij mekaar dan gaat de pollepel van de “cymbaal” weg, klaar voor een volgende “boem”. (beschrijving www.wreed-en-plezant.be)

Afbeelding zie hier

Publicatiegegevens
Suggestie door
Marcus - VL-WBK 1.0
Redacteur
Vlaams Woordenboek
Eindredacteur
Vlaams Woordenboek
Publicatiedatum
18/12/2025
Laatste bewerking
18/12/2025

Jef ge moet naar huis toe gaan a vrake die is ziek. (bis)
Is ze ziek? Laat ze ziek, dat ze maar rap genezen is.
En Jef ging niet naar huis,
en Jef ging niet naar huis
REFREIN:
want, Jef speelde liever op den boemlala
den boemlala den boemlala (2x)
(De Kadullen: tekst zie hier, liedje zie hier)