DISCLAIMER: Dit artikel werd nog niet redactioneel bewerkt en daarom kan de kwaliteit ontoereikend zijn.

Label(s)

- geen labels gekoppeld.
Betekenis

knerpen, knarsende, piepende geluiden maken

vnw: kraken, knarsen, knerpen, piepen

< Middelnederlands criepen

Woordenboek der Nederlandsche Taal: kriepen: Vermoedelijk een klanknabootsend woord; het wordt inzonderheid in Vlaanderen gebruikt.

  1. Benaming voor verschillende piepende geluiden, door dieren en zaken voortgebracht.
  2. Van menschen: klagen, kreunen, b.v. uit kleinmoedigheid of vreesachtigheid, of als gevolg van een gevoel van onwelheid.
Publicatiegegevens
Suggestie door
LeGrognard - VL-WBK 1.0
Redacteur
Vlaams Woordenboek
Eindredacteur
Vlaams Woordenboek
Publicatiedatum
18/12/2025
Laatste bewerking
18/12/2025

Ik (hoore) maar het kreunen meer, en 't kriepen, van de musschen, Gezelle, Winterstilte

De sneeuw kriepte onder de schoenzolen. Stijn Streuvels, Minnehandel (1903).
De merels … kriepten eerst wat uit leute,

De deur van de kelderkamer kriepte open met een dwaze ruk.
´Witte!´ De Witte verroerde geen lid.
´Witte!´ riep zijn moeder nu veel harder. (Ernest Claes, De Witte)

andere betekenissen van kriepen