Definitie

Status:Onbekend

in zichzelf, bij zichzelf
zie ook: 'zijn eigen' (eigen, zijn ~), peizen, in uw eigen ~
Maasland: in/bie_ zie_n ege

Voorbeelden

Hij zei wel ja, maar dacht in zijn eigen: foert!

Hij is ne schuwe die altijd in zijn eigen gekeerd is.

Mannen, we moeten in ons eigen geloven, anders kunnen we die match nooit winnen!

Ik heb voldoende vertrouwen in mijn eigen dat ik dat jobke op tijd af zal hebben.

Toegevoegd door Georges Grootjans - VL-WBK 1.0

Gepubliceerd op 25 Jul 2021 Laatst bijgewerkt op 18 Dec 2025