Definitie

Status:Onbekend

het eten

Woordenboek der Nederlandsche Taal:

  1. Het eten, de spijs; b.v. in Brabant en Oost-Vlaanderen.
    'Da was daar goeien bik' (Cornelissen.-Vervliet.)

Van Dale: (gewestelijk, soldatentaal) eten

Voorbeelden

Is den bik nog ni gereed?

Bikke, bikke, bik
hap, hap, hap
eerst de soep en dan de pap
en er is geen soep en er is geen pap
tatatarara, val aan!

Toegevoegd door de Bon - VL-WBK 1.0

Gepubliceerd op 07 Aug 2021 Laatst bijgewerkt op 18 Dec 2025