Definitie

Status:Onbekend

over elkaar (heen)

vnw: over elkaar

znwb: Over elkaar; soms bep.: op elkaar

vgl. overeen, met de armen ~

Voorbeelden

Hij zat de hele tijd met zijn armen overeen.

Zij bleef de hele avond met haar benen overeen op haar stoel zitten.

In het restaurant zat het koppel overeen zodat ze elkaar recht in de ogen konden kijken.

Die wonen overeen ergens in de Ganzenstraat. Vanuit zijn living ziet hij bij haar binnen.

Al die affiches zijn overeen geplakt zodat ge ze niet meer serieus kunt lezen.

Toegevoegd door Georges Grootjans - VL-WBK 1.0

Gepubliceerd op 12 Aug 2024 Laatst bijgewerkt op 18 Dec 2025