Terug naar vorige pagina
Definitie

verzot zijn op iets, iets of iemand graag hebben of zien

ook: zot zijn van iets of iemand (zie voorbeelden)

vnw: zot zijn van iets/iemand: gek zijn op, dol zijn op, verliefd zijn op iemand

In Antwerpen stad: zot 'van' iets of iemand (o.a. de film "Zot van a")

in Nederland: dol zijn op

zie ook zot staan van iemand

Voorbeelden

Ik ben zot op griezelfilms.

Hij is stapelzot op haar.

Antwerpen: Den bompa is zot van zijne kleinzoon.
De Paul is niet zot van spruiten.

Zot van A, met onder meer Joke Devynck, Veerle Baetens, Koen Degraeve en Herwig Ilegems, moet een romantische komedie à la Love Actually worden. (demorgen.be)

De 11-jarige Thibaut is zot van kermis en wil het allerliefst zelf foorkramer worden, terwijl Nicolas eens een vol Sportpaleis wil entertainen. (vrt.be)

En Marjan Pejoski zelf, die is zot op de al even excentrieke als in-your-face muziek van Nid & Sancy, het Gentse elektropunkduo (demorgen.be)

Toegevoegd door Georges Grootjans - VL-WBK 1.0

Gepubliceerd op 24 Oct 2025 Laatst bijgewerkt op 18 Dec 2025