Definitie

Status:Onbekend

Typisch Vlaams: kanjer, uitschieter: Belgisch-Nederlandse Standaardtaal; Gangbaarheid: 6; Vlaamsheid: 5

vnw:
•kei, uitblinker, knappe kerel, die veel kan of presteert
•kanjer (van personen en van voorwerpen)

groot exemplaar: "klepper van formaat"

< overgewaaid van Vlaanderen naar Nederland, waarschijnlijk via de sport

Woordenboek der Nederlandsche Taal: klepper
znw. m. Naam voor iemand (of iets) bijzonders, buitengewoons in zijn soort. Alleen in Vlaamsch België.
?1. Eigenlijk. Persoonsnaam. Iemand (man of jongen) die meer doet, of kan, durft, waagt, dan een ander, dan (de) anderen: een baas, bol, kerel, in goeden en in afkeurenden zin. Met een gebruikelijke versterking: een felle klepper.
Klepper, … kerel of een die groot is in zijne soort, Schuermans (1865-1870).
Bilderdijk en Vondel zijn felle kleppers van poëten, Schuermans (1865-1870)
Klepper. … Buitengewone jongen, iemand die zich onderscheidt door geleerdheid, verstand, bekwaamheid, stoutmoedigheid, deugnietenstreken, enz., Cornelissen-Vervliet.
Klepper, een die er dwars doorgaat, die stoute stukken waagt en ze moedig uitvoert, Loquela (Wdb.) (1907).
De heer D. … moet een felle en onbeschaamde klepper zijn, om zoo iets te durven eischen, Het Volksbelang v. 8 Juli 1899.
?2. In toepassing op zaken. Iets dat groot is in zijn soort: een bom, bommel, bommerd, bonkerd, kokkerd.
Da' zijn kleppers van pataten! Ziet is wa' klepper van 'nen appel! Cornelissen-Vervliet.
Artikel gepubliceerd in 1933.

Van Dale 2016
iem. die of iets dat bui­ten­ge­woon is in zijn soort
= kan­jer
• dat zijn klep­pers van ap­pe­len, van pe­ren
• een klep­per van for­maat

Voorbeelden

Die klepper van 600 bladzijden krijg ik tegen morgen echt niet meer uitgelezen.

andere betekenis van klepper

Toegevoegd door leander11 - VL-WBK 1.0

Gepubliceerd op 16 Apr 2023 Laatst bijgewerkt op 18 Dec 2025