afhaspelen

ww. haspelde af, afgehaspeld
Definitie

Status:Onbekend

  1. (iets) snel uitvoeren
  2. vlotjes afwerken
  3. overhaast en slordig

Van Dale: BE on­han­dig en slor­dig ten ein­de bren­gen

Typisch Vlaams: Belgisch-Nederlandse Standaardtaal; Gangbaarheid: 5; Vlaamsheid: 6

Voorbeelden
  1. Het is er aan te merken dat hij zijn huiswerk heeft afgehaspeld. Het staat vol slordigheden.

  2. Op weg naar de Sierra Nevada moesten de renners amper 129 kilometer afhaspelen, maar de vijftiende etappe beloofde wel loodzwaar te worden. (hln.be)

  3. De sneltoets van het gemeentelijk mobiliteitsplan vind ik een zeer interessante oefening. Je kan ze echter niet zomaar snel-snel afhaspelen. (mobielvlaanderen.be)

Toegevoegd door la_rog - VL-WBK 1.0

Gepubliceerd op 05 Nov 2025 Laatst bijgewerkt op 18 Dec 2025