Dit artikel werd nog niet redactioneel bewerkt en daarom kan de kwaliteit ontoereikend zijn.
Definitie
(een auto of rijtuig) besturen
< van 'weg'
Woordenboek der Nederlandsche Taal: Den te volgen weg wijzen of aan doen houden; leiden, sturen. Reeds Middelnederlands.
? Eigenlijk. Na de woordenboeken van Kiliaan (1588) en Meyer uitsluitend nog in de Vlaamse dialecten bewaard, met betrekking tot werk- of voertuigen of rij- en lastdieren: besturen, rijden; mennen, leiden.
- Een peerd wegen, conduire, mener un cheval, De Bo (1873).
- De ploeg wegen in 't land, Cornelissen-Vervliet (1903).
- Hij héet ook e wiel (vélocipède), maar hij weet nog nie' hoedat em 'et dink wegen moet, Aldaar.
? Ook in abstact gebruik. - De koetsier was zoo zat, dat hij nie' meer wegen en kost, Cornelissen-Vervliet (1903).
- Meer links! koetsier, ge weegt verkeerd! Aldaar.
Voorbeelden
Gij zijt nog te jong om te wegen, gij, ga gij maar schonekes vanachter zitten!
Het is lastig wegen met een kar vol kiezel.
Toegevoegd door petrik - VL-WBK 1.0
Gepubliceerd op 09 Aug 2021 Laatst bijgewerkt op 18 Dec 2025