scharen

schaarde, geschaard, zw. ww.
Definitie

Status:Onbekend

pakken, nemen

Van Dale 1995: scharren (gewestelijk) krabbelen, scharrelen, grissen, graaien, grappen

Voorbeelden

Schaart dien hond vast of die loopt naar die fietser!
Ge moet mij zo niet vastscharen, ik weet wel waar dat ik loop zenne!

Knoop uw sjaal dicht, of ge schaart nog iets op!
Waar heeft hij dat farm mokske (mokke) opgeschaard?

Schaart uwe boel bijeen en vertrekt; onder mijn ogen onderuit!

Toegevoegd door bahuman - VL-WBK 1.0

Gepubliceerd op 14 Jul 2021 Laatst bijgewerkt op 18 Dec 2025