Definitie

Status:Onbekend

Gewend worden, gewoon worden, ermee kunnen leven.

Woordenboek der Nederlandsche Taal: In den zin van ”gedijen” ook van abstracte zaken gezegd.
Als 't Meysjen selver vrijt, sal 't vryen selden aerden, (1622).
De duitsche looptijdingen moghen hier niet aertten, (1630).

Voorbeelden

Ik zal het nooit kunnen aarden dat mijn beste vriend met mijn vrouw weg is.

Hij kan het samenleven niet aarden. Hij is te lang alleen geweest en heeft altijd zijn goesting kunnen doen. Nu moet hij de wensen van haar kunnen aarden en dat is moeilijker.

Toegevoegd door dsa - VL-WBK 1.0

Gepubliceerd op 11 Aug 2021 Laatst bijgewerkt op 18 Dec 2025