zak

Zelfstandig naamwoord m.; ~ken
Definitie

Status:Standaard Belgisch-Nederlands

tas (om boodschappen te doen, iets te dragen, ...)

Voorbeelden

Wist je dat je in de winkel nooit zelf je boodschappen in een zak moet steken en dat er mensen je helpen alles in de auto te steken (chirojow.be)

“90 procent van mijn klanten komt zonder herbruikbare zak naar de winkel. Ze gaan er nog altijd van uit dat ze een zakje zullen krijgen" (bruzz.be)

Het is onaangenaam om te dragen, alsof er een zak van de supermarkt van vijf kilogram aan je arm hangt. (demorgen.be)

Gerelateerde Woorden
Bronnen & Referenties
Typisch Vlaams (Ludo Permentier en Rik Schutz)

een (plastieken/papieren) zak: Belgisch-Nederlandse Standaardtaal

Vlaams-Nederlands woordenboek (Peter Bakema)

(draag)tas

Toegevoegd door Georges Grootjans - VL-WBK 1.0

Gepubliceerd op 06 Jan 2026 Laatst bijgewerkt op 06 Jan 2026