uitschieten

ww. schoot uit; uitgeschoten
Definitie

Status:Onbekend

uitvliegen, uitvaren

vnw: tegen iemand uitschieten: uitvallen, uitvaren tegen iemand, boos worden

znwb: Van pers.: boos worden, woedend worden; uitvallen, uitvaren, opspelen; snauwen; vaak in de verb. tegen iem., iets uitschieten.

Voorbeelden

"In die zin dat ik wel eens een keer kon uitschieten tegen mijn spelers, maar dat had niets met mijn mens-zijn te maken. " (hbvl.be)

Hij schoot uit tegen een medewerker zonder te beseffen dat zijn microfoon nog aanstond. (vrt.be)

Het zit nu bovenarms op tussen Peter en Femke, zij is ferm uitgeschoten tegen Peter. (thuisforum.be)

Piet Piryns schoot woedend uit: ” De ton? Gij beweert dus dat er in De ton 's avonds geen bediening is? Joël, tot hoe laat is De ton op de kaai in Bangkok ..." (knack.be)

Toegevoegd door Georges Grootjans - VL-WBK 1.0

Gepubliceerd op 29 Jun 2025 Laatst bijgewerkt op 18 Dec 2025