Dit artikel werd nog niet redactioneel bewerkt en daarom kan de kwaliteit ontoereikend zijn.
Definitie
kletsen, babbelen, sjaafelen, tetteren
Woordenboek der Nederlandsche Taal: Modern lemma: sjouwelen; sjauwelen: waarschijnlijk een klanknabootsing, verg. Wauwelen.
- Babbelen, kletsen, wauwelen. Te Antwerpen.
Da' wijf gaat overal sjauwelen in de geburen, Cornelissen-Vervliet (1899). - In den zin van: praatjes over iemand vertellen.
Daar wördt veul gesjauweld da' nie' waar en is.
Ik heb over die zaak al veul hooren sjauwelen. Corn.-Vervl.
zie ook sjauwel(aar)
Voorbeelden
Die stonden op den hoek van de straat te sjauwelen. En een uur later stonden die er nog.
Toegevoegd door haloewie - VL-WBK 1.0
Gepubliceerd op 11 Jun 2025 Laatst bijgewerkt op 18 Dec 2025