paleren, zich ~

ww., paleerde zich, zich gepaleerd
Definitie

uw/haar/zijn eigen opmaken

zie ook palatie

Woordenboek der Nederlandsche Taal: Paleeren: bedr. en wederk. zw. ww.
Middelnederlands: pa(l)leren, naast poleren. Uit frans polir, polijsten, doch onder invloed van frans parer, waaruit pareeren, veranderd van vorm en verruimd van beteekenis. Thans alleen in Zuid-Nederland nog in algemeen gebruik.

Self make up by an artist

< andere definitie van paleren

Voorbeelden

Ze paleerde haar eigen heel mooi om naar het reuniefeest te gaan.

Hij heeft zijn eigen nogal gepaleerd zoudt ge zeggen: cachetring, armband en horloge, een gouden ketting rond zijnen nek; zou hij een nieuw lief hebben?

Met carnaval kan ik eens goed doorgaan met mijzelf te paleren; overdaad schaadt dan niet.

Toegevoegd door fansy - VL-WBK 1.0

Gepubliceerd op 04 Sep 2021 Laatst bijgewerkt op 18 Dec 2025