gelijk of lijk

voegwoord van vergelijking
Definitie

Status:Onbekend

gelijk aan "als" of "dan" in vergelijkingen, zowel in de vergelijkende als in de vergrotende trap

uitspraak:
Antwerpse Kempen: /gelak/, /lak/
West-Vlaanderen: /geliek/, /lik/

Het gebruik schijnt beperkt te zijn tot de spreektaal.

Vroegmiddelnederlands Woordenboek: Ghelike: voegwoord; Oudste attestatie: Brabant-West, 1265-1270

Woordenboek der Nederlandsche Taal: gelijk: Als vergelijkend voegwoord: Bij vergelijking van twee termen, die ten opzichte van datgene, waarin zij met elkander vergeleken worden, gelijk worden gesteld. In ontwikkelde bijzinnen, in welke het ww., of althans het object dat er door beheerscht wordt, is uitgedrukt, en waar gelijk dus geheel en volkomen voegwoord is geworden: Bart is zenuwachtig, gelijk zijn vader was, (Conscience ed. 1867)
Evenals het voegwoord als in de spreektaal gebezigd wordt achter een comparatief, en dus bij vergelijking van twee termen, die als ongelijk voorgesteld worden,... (”lichter gelijk een veer,” ”heeter gelijk de gloed,” enz.).

Voorbeelden

Hij is al zo groot gelijk zijn vader.
Zij is zo groot lijk haar moeder.

Zijn vader is nog erger gelijk hij.
Gij zijt veel rijker lijk ik.

Toegevoegd door Marcus - VL-WBK 1.0

Gepubliceerd op 11 Aug 2021 Laatst bijgewerkt op 18 Dec 2025