vijtvinger

zn., de, m., mv. -s
Definitie

Status:Onbekend

ontstoken vinger, ten gevolge van het fijt

etym: wisselvorm van fijt (ontsteking aan vinger), vervorming van fijc < latijn ficus (vijg, gezwel) ; het WNT vermeldt nog de vormen vijk en vik in West-Vlaanderen

Voorbeelden

Dien doktoor neep eerst in diejen ontstoken vinger en dan gaf hem der nog een spuit in ook. Ik docht da 'k van mijn zelve zat.

Toegevoegd door renel - VL-WBK 1.0

Gepubliceerd op 05 Aug 2021 Laatst bijgewerkt op 18 Dec 2025