betekenisvol

bijv. naamw., bijwoord
Definitie

veelzeggend (negatief)

SN/NL: zinvol, met veel betekenis (positief)

Voorbeelden

De ontdekking is betekenisvol, zegt Weber. "Het toont aan dat Hitler zijn weg naar de top al eerder dan gedacht en op een erg manipulatieve manier plande. Hij zag zichzelf al vroeger dan we dachten in de rol van de verlosser van Duitsland." (deredactie.be)

‘Eén juichende moslim is al betekenisvol’. Maar de minister repliceerde dat hij ‘significant’ had gebruikt in de zin van ‘betekenisvol’. Een semantische discussie dus? “Al is er maar één persoon, één medeburger die gejuicht of gedanst heeft, dan is dat betekenisvol.” (Mark Elchardus, Bruzz)

Toegevoegd door LeGrognard - VL-WBK 1.0

Gepubliceerd op 13 Jul 2021 Laatst bijgewerkt op 18 Dec 2025