ambrasmaker

de ~, ~s man. zelfstandig naamw.
Definitie

Status:Onbekend

ruziemaker, laweitmaker

"[Ambras]maker, ambrasverkooper, druktemaker. Ook als spotnaam voor de bewoners van Wijnegem" (WNT)

vnw:
•druktemaker, praatjesmaker, ruziemaker
•branieschopper, opschepper

vgl. ambraszoeker

Voorbeelden

'Ze zijn met de baas gaan praten, maar die zei dat ik gevochten had! Nu staat er in mijn dossier dat ik een “ambrasmaker” ben.' (interimactie 03/10/12)

Toegevoegd door Marcus - VL-WBK 1.0

Gepubliceerd op 27 Jul 2021 Laatst bijgewerkt op 18 Dec 2025