ginst

z.nw. de ~ (v) soortnaam, m.v. niet gebruikelijk
Definitie

brem
ginst, genst, ginster gaspeldoorn gheenst brem ca. 1350 oudhoogduits geneste (hoogduits Ginst(er) < oudfrans geneste (frans genêt) < latijn genistabezemstruik, brem.
Bron: P.A.F. van Veen en N. van der S?s, Van Dale Etymologisch woordenboek

Voorbeelden

Gelijk als ge een beetje gele boterbloemen in een glas water zet en er valt wat gouden zon over, of gelijk als ge almeteens wat struiken gele ginst ziet langsheen de eeuwig verre en eeuwig zwarte spoorbaan waar ge met de trein voorbij moet. (Louis Paul Boon – Boontjes reservaat)

Toegevoegd door LeGrognard - VL-WBK 1.0

Gepubliceerd op 15 Jul 2021 Laatst bijgewerkt op 18 Dec 2025