spijshuis

het ~, ~en onz. zelfstandig naamw.
Definitie

Status:Onbekend

restaurant (verouderd)

vnw: eethuisje, restaurant

Typisch Vlaams: Geen Algemeen Nederlands; Gangbaarheid: 2; Vlaamsheid: 1; purisme

Voorbeelden

Den beenhouwer in mijn dorp baatte lang geleden naast zijn winkel ook een café - restaurant uit. Boven de deur was er een opschrift: "drank- en spijshuis".

Deze week waren we te gast in de wondere wereld van de familie Lefever, uitbaters van spijshuis Den Bonten Os. (demorgen.be)

Na de dood van Germaine besloten de nieuwe eigenaars van het estaminet een drank- en spijshuis te maken. (standaard.be)

Toegevoegd door Marcus - VL-WBK 1.0

Gepubliceerd op 03 Apr 2025 Laatst bijgewerkt op 18 Dec 2025