Definitie

lijk, stoffelijk overschot, en ook de uitwasemingen of de geur daarvan

Eertijds werden lijkbidders reeuwers genoemd, die de dode op een reeuwlaken legden en het lijk reeuwden, id est prepareerden.

Woordenboek der Nederlandsche Taal: Reeuw geldt veelal als de schrijftaalvorm, ook daar waar ree gesproken wordt. Thans als simplex alleen nog in Vlaanderen en Brabant.
Julie, zet e bitsje de kamerdeure open van de vouwte, opdat de reeuw zou weggaan, Aant. v. Gezelle (Pittem, ± 1880).
Reeuw …; Cadaver, O. Volkst. (West-Vlaanderen, 1890)

Zie ook: reeuwstro; reeuwal

Voorbeelden

In tijden van epidemieën werd somtijds reeuwroof gepleegd.

Toegevoegd door Rodomontade - VL-WBK 1.0

Gepubliceerd op 16 Apr 2024 Laatst bijgewerkt op 18 Dec 2025