koek één deeg

Definitie

Status:Onbekend

die personen zijn hetzelfde

in Nederland: één pot nat zijn, uit hetzelfde hout gesneden zijn

Van Dale 2013 online:(gewestelijk) het is al koek van één deeg

vnw: koek van één deeg zijn: één pot nat zijn

znwb: In versch. verb. die in de standaardt. niet (meer) voorkomen: koek(en) van één, hetzelfde deeg zijn e.d., in toep. op pers. van dezelfde soort, met dezelfde gebreken enz.: met hetzelfde sop overgoten zijn, één pot nat zijn, van één deeg zijn; soms bep.: dezelfde geschiedenis, weer hetzelfde (als uit het verband blijkt).

Voorbeelden

De politiekers zijn allemaal koek eenen deeg: wat hun echt interesseert zijn de volgende verkiezingen.

Ja, wij herhalen het : liberalen en socialisten zijn koek van één deeg, die gedurig hand in hand werken tôt bestrijding van Godsdienst, Vaderland en ... (t Volk van Ronsse: Vlaamsch katholiek weekblad voor Ronse)

Rens gooide ze daar in het gezicht "dat behoudsgezinde liberalen en behouds- gezinde katholieken koek-één-deeg moesten worden genoemd' (gerardimontium.be)

Toegevoegd door de Bon - VL-WBK 1.0

Gepubliceerd op 17 Aug 2024 Laatst bijgewerkt op 09 Feb 2026