Definitie

Status:Onbekend

pronken, prijzen, roemen, opscheppen, hoog opgeven over

zie ook bestoefen, stoefer, stoeferij, stoef; stoeferdestoef

West-Vlaanderen: boffen

vnw: opscheppen over, snoeven, bluffen, opsnijden

Woordenboek der Nederlandsche Taal: stoefen, stoeffen: ww. Een zuidelijke vorm naast stoffen: Stoffen, pochen, roemen.

  • "Drij beroemde doktoors zaten in een voorname herberg te stoefen over hun kunst" Coeckelbergs (1903)
Voorbeelden

Karel is aan het stoefen over zijne nieuwen auto.

"En ja, ook ik heb wel eens gestoeft bij vrienden dat ik de 20 kilometer door Brussel kan uitlopen (lacht)." (demorgen.be 20 mei 2014)

"Wij Belgen zijn van nature toch wel bescheiden mensen. Stoefen doen we eigenlijk niet zo graag, niet over onszelf, en jammer genoeg ook niet over landgenoten die het geweldig doen." (wouldbechef.be 13 feb. 2019)

Toegevoegd door aliekens - VL-WBK 1.0

Gepubliceerd op 24 Apr 2025 Laatst bijgewerkt op 18 Dec 2025