Definitie
  1. tutteren
  2. zabberen

vgl loetsje

Duits: lutschen

Voorbeelden
  1. Ons Woutje is muug want hij lotst zo hevig aan zijnen tut.

  2. Lotst zo niet aan die fles en pakt een glas om uit te drinken.

Toegevoegd door fansy - VL-WBK 1.0

Gepubliceerd op 11 Aug 2021 Laatst bijgewerkt op 18 Dec 2025