Definitie

Status:Onbekend

hiel van voet

Limburgse Kempen: vars
Zuid-Limburg: vaase

Woordenboek der Nederlandsche Taal: Als lichaamsdeel van personen: hak, hiel; soms ook specifieker: hakpees, hielpees.

  • [Gewestelijk], zoowel in het enkelvoud als meervoud en in alle betekenissen, voornamelijk in België, meer bepaald in Brabant en Antwerpen (inzonderheid vessem) en in Limburg (inz. v?s); sporadisch ook in het Zuiden van Nederlands-Limburg (inz. vers/ves) en in Zeeland (vaesj).
  • (Belg.-Brab.) Meton. ook voor het deel van een kous dat den hiel bedekt. De vessem van eene kous, Claes, Bijv. op Tuerlinckx (1904).

zie ook vessemen

Voorbeelden

[Miljaar], mijne vessem doet zeer.

Ge trapt op mijn vessemen, kom naast mij lopen i.p.v. achter mij.

De vessem van men kuis is kapot.

andere betekenis van vessem

Toegevoegd door Hufmaster - VL-WBK 1.0

Gepubliceerd op 22 Jul 2021 Laatst bijgewerkt op 18 Dec 2025