Definitie

Status:Onbekend

  1. rommel, bazaar
  2. klikken en klakken
  3. menstruatie, boellen, uw ~ hebben, maandstonden
    zie ook bullen en benen

< de ‘-n’ wordt niet uitgesproken

Woordenboek der Nederlandsche Taal, bij bul: inzonderheid in het meervoud gebruikelijk, en thans vooral in zuidelijke gewesten. Zeker verwant met Bel (bel = flard, lap. Een woord dat vooral in Noord-Holland en in Friesland en Groningen thuis behoort maar toch ook in het Zuiden niet onbekend is.)
?1. Lomp, vod, oude lap.
'En bulleken om zijne' vinger winden, Cornelissen-Vervliet (1899)
?2. Voddige oude kleeren, en in 't algemeen dingen zonder waarde.

Van Dale 2016

  1. niet al­ge­meen ou­de lap­pen
    = vod­den
  2. thans spul­len, za­ken, ei­gen­dom­men
  3. niet al­ge­meen maand­ston­den

zie ook bulleke

Voorbeelden
  1. Kom, pakt uw bullen maar en vertrekt maar naar school. Met dat treuzelen mist ge sebiet de trein nog.

Zet die bullen maar buiten want hier staan ze in mijne weg.

  1. Hij is toch wel met zijn bullen van den trap gevallen zeker.

  2. Met die bullen elke maand; een goei gevoel hebt ge als vrouw er niet bij za.

Toegevoegd door fansy - VL-WBK 1.0

Gepubliceerd op 01 Jul 2021 Laatst bijgewerkt op 18 Dec 2025