Definitie

Status:Onbekend

(eertijds) 19e-eeuws muntstuk met een kruis erop dat men in vieren kon breken

Lokale uitspraak: e kreisoëd (dim. -iëdsje)
Onzeker of er een etymologisch verband is met "vlojiëdsje", een roostertje van metaaldraad dienend als onderlegger voor vlaaien; de overeenkomst in uitzicht is alleszins frappant.

Woordenboek der Nederlandsche Taal: oord: in de Zuidnederlandsche volkstaal, met uitstooting der r, soms ook ooden; gewoonlijk in den vorm van het verkleinw. oordje. daar er in de Middeleeuwen talrijke munten in omloop waren, door een kruis in vier oorden, d. z. hoeken.

  • als geldswaarde: het vierde deel van eene munt: de waarde van een stuiver, hetzij al dan niet door vier ”oordjesstukken” vertegenwoordigd; in Zuid-Nederland.
  • vierde deel van een stuiver, ongeveer 11/4 cent Nederlandsche munt, of 2 duiten.
Voorbeelden

E kreisoëd koste èn viere brèèke. (een kruisoord kon je in vieren breken)

Toegevoegd door petrik - VL-WBK 1.0

Gepubliceerd op 10 Aug 2021 Laatst bijgewerkt op 18 Dec 2025