pungel

de ~, ~s man. zelfst. nw.
Definitie

Status:Onbekend

in een punt bijeengebonden grote handdoek gebruikt als draagtas

Woordenboek der Nederlandsche Taal: Bijvorm in Limburg en het Haspengouwsche van pondel en pundel (buidel, bundel)

Voorbeelden

Ik heb mijn boterhammen en mijne bidon in mijne pungel gestoken, en nu ga ik werken.

Toegevoegd door karangiosis - VL-WBK 1.0

Gepubliceerd op 10 Aug 2021 Laatst bijgewerkt op 10 Feb 2026