Registreer als nieuwe gebruiker om het Vlaamse Woordenboek op zijn best te kunnen gebruiken. Als ingelogde gebruiker kunt ge bijvoorbeeld nieuwe termen aan ons woordenboek toevoegen, andermans definities verbeteren, en reageren op bestaande definities.
Bekijk alle (28) wijzigingen van deze gebruiker.
Ver
(Pajottenland)
Dienen winkel ligt wel vijd weg.
’t Leit vijder van hie®.
het is het gedeelte van de weg dat alleen door trams, treinen of bussen, wordt gebruikt, een soort aparte spoorlijn of gereserveerde rijstrook
In Antwerpen is het woord soms ook mannelijk.
De TGV rijdt over een eigen bedding.
De trams in Antwerpen sporen over een eigen bedding, sommige in het midden tussen 2 dubbele rijbanen (rijbaan).
het is het gedeelte van de weg dat alleen door trams, treinen of bussen, wordt gebruikt, een soort aparte spoorlijn of gereserveerde rijstrook
In Antwerpen is het woord soms ook mannelijk.
De TGV rijdt over een eigen bedding.
De trams in Antwerpen sporen over een eigen bedding, sommige in het midden tussen 2 dubbele rijbanen (rijbaan).
Fr. le marcel. Volgens de legende zou het marcelleke zijn naam te danken hebben aan de bokser Marcel Cerdan. Meer waarschijnlijk is de naam ontstaan in de 19de eeuw wanneer de “Etablissements Marcel” het kledingstuk in serie fabriceerden.
Mouwloos, aan de hals uitgesneden, aansluitend hemd. Wordt gedragen als onderlijfke of als T-shirt.
In NL: singlet
In Be: lijfje, onderlijfke
Onder mijne pull heb ik altijd een marcelleke aan.
Bekijk alle (10) reacties van deze gebruiker.
Misschien zou het beter af-kasch-schen zijn
Kasch zoals cash maar dan uitgesproken met een “a”
Is het dan niet beter dat we het als enkel v. in de hoofding zetten, en er onderaan als opmerking bijzetten: in Antwerpen ook wel m. Nu staat er immers “Gans Vlaanderen”.
-ling valt niet te verwarren met -ing. -ling is steeds mannelijk geweest, ook dus zo in het Oergermaans (*-ilingaz).
Ik geloof er verder geen snars van dat een doorsnee Antwerpenaar “nen bedding” zegt :)
Ok, zeggen jullie dan ook “nen bedding”? Bij leenwoorden kan ik dat overigens nog enigszins vatten (parking, building, living…). Ook in Vlaams-Brabant durven we wel eens “den building” zeggen.