Vlaams Woordenboek logo

Het Vlaams woordenboek


Index

A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Log in

Registreer als nieuwe gebruiker om het Vlaamse Woordenboek op zijn best te kunnen gebruiken. Als ingelogde gebruiker kunt ge bijvoorbeeld nieuwe termen aan ons woordenboek toevoegen, andermans definities verbeteren, en reageren op bestaande definities.

Uw gebruikersnaam
Uw geheime paswoord

  • Log in
  • Wees welgekomen | Willekeurig | Top woorden | Recent

    goesting

    De beschrijving van deze term werd 37 keer aangepast.

    Versie 37

    goesting
    (de ~ (v.), ~en)

    zin, lust, trek
    goesting hebben voor, in, naar, achter iets

    DS2015 geen standaardtaal

    Dit woord werd door Radio 1 in Vlaanderen verkozen tot mooiste Nederlandstalige woord

    Woordenboek de Nederlandsche taal: Modern lemma: goesting
    GUSTING; daarnaast ook GOESTE
    ↪Het Fransche woord goût (Oudfrans goust, van Latijn gustus) met het Germaansche achtervoegsel -ing. In Noord-Nederland uitsluitend in enkele zuidelijke tongvallen (gusti of gusting) in Zuid-Nederland in meer algemeen gebruik (De Bo (1873), Schuermans (1865-1870)). Lust, trek, zin, smaak; al naar het verband.

    uitdrukkingen:

    West-Vlaanderen: goeste, begoest (op), goestendoender,

    • Ik heb goesting in biefstuk friet.
    • Ik heb goesting om te poepen.
    • Hij ging tegen zijn goesting naar ’t school.
    • 1 van zijn goestingen is uitgebreid gaan eten.
    • Goestingskes kosten geld.
    • Goesting of geen goesting, ge gaat die vuilbak buiten zetten.
    Gans Vlaanderen
    Bewerking door Georges Grootjans op 26 mei 2019 11:29
    22 reactie(s)

    Versie 36

    goesting
    (de ~ (v.), ~en)

    zin, lust, trek
    goesting hebben voor, in, naar, achter iets

    Dit woord werd door Radio 1 in Vlaanderen verkozen tot mooiste Nederlandstalige woord

    Woordenboek de Nederlandsche taal: Modern lemma: goesting
    GUSTING; daarnaast ook GOESTE
    ↪Het Fransche woord goût (Oudfrans goust, van Latijn gustus) met het Germaansche achtervoegsel -ing. In Noord-Nederland uitsluitend in enkele zuidelijke tongvallen (gusti of gusting) in Zuid-Nederland in meer algemeen gebruik (De Bo (1873), Schuermans (1865-1870)). Lust, trek, zin, smaak; al naar het verband.

    uitdrukkingen:

    West-Vlaanderen: goeste, begoest (op), goestendoender,

    • Ik heb goesting in biefstuk friet.
    • Ik heb goesting om te poepen.
    • Hij ging tegen zijn goesting naar ’t school.
    • 1 van zijn goestingen is uitgebreid gaan eten.
    • Goestingskes kosten geld.
    • Goesting of geen goesting, ge gaat die vuilbak buiten zetten.
    Gans Vlaanderen
    Bewerking door de Bon op 25 mei 2019 12:14
    22 reactie(s)

    Versie 35

    goesting
    (de ~ (v.), ~en)

    zin, lust, trek
    goesting hebben voor, in, naar, achter iets

    Dit woord werd door Radio 1 in Vlaanderen uitverkozen tot mooiste Nederlandstalige woord

    Woordenboek de Nederlandsche taal: Modern lemma: goesting
    GUSTING; daarnaast ook GOESTE
    ↪Het Fransche woord goût (Oudfrans goust, van Latijn gustus) met het Germaansche achtervoegsel -ing. In Noord-Nederland uitsluitend in enkele zuidelijke tongvallen (gusti of gusting) in Zuid-Nederland in meer algemeen gebruik (De Bo (1873), Schuermans (1865-1870)). Lust, trek, zin, smaak; al naar het verband.

    uitdrukkingen:

    West-Vlaanderen: goeste, begoest (op), goestendoender,

    • Ik heb goesting in biefstuk friet.
    • Ik heb goesting om te poepen.
    • Hij ging tegen zijn goesting naar ’t school.
    • 1 van zijn goestingen is uitgebreid gaan eten.
    • Goestingskes kosten geld.
    • Goesting of geen goesting, ge gaat die vuilbak buiten zetten.
    Gans Vlaanderen
    Bewerking door de Bon op 25 mei 2019 12:13
    22 reactie(s)

    Versie 34

    goesting
    (de ~ (v.), ~en)

    zin, lust, trek
    goesting hebben voor, in, naar, achter iets

    Dit woord werd door Radio 1 in Vlaanderen uitverkozen tot mooiste Nederlandstalige woord

    Woordenboek de Nederlandsche taal: Modern lemma: goesting
    GUSTING; daarnaast ook GOESTE
    ↪Het Fransche woord goût (Oudfrans goust, van Latijn gustus) met het Germaansche achtervoegsel -ing. In Noord-Nederland uitsluitend in enkele zuidelijke tongvallen (gusti of gusting) in Zuid-Nederland in meer algemeen gebruik (De Bo (1873), Schuermans (1865-1870)). Lust, trek, zin, smaak; al naar het verband.

    uitdrukkingen:

    zie ook: zie ook: goeste, begoest (op), goestendoender, goestingdoener

    • Ik heb goesting in biefstuk friet.
    • Ik heb goesting om te poepen.
    • Hij ging tegen zijn goesting naar ’t school.
    • 1 van zijn goestingen is uitgebreid gaan eten.
    • Goestingskes kosten geld.
    • Goesting of geen goesting, ge gaat die vuilbak buiten zetten.
    Gans Vlaanderen
    Bewerking door de Bon op 22 jul 2018 17:16
    22 reactie(s)

    Versie 33

    goesting
    (de ~ (v.), ~en)

    zin, lust, trek
    goesting hebben voor, in, naar, achter iets

    Dit woord werd door Radio 1 in Vlaanderen uitverkozen tot mooiste Nederlandstalige woord

    Woordenboek de Nederlandsche taal: Modern lemma: goesting
    GUSTING; daarnaast ook GOESTE
    ↪Het Fransche woord goût (Oudfrans goust, van Latijn gustus) met het Germaansche achtervoegsel -ing. In Noord-Nederland uitsluitend in enkele zuidelijke tongvallen (gusti of gusting) in Zuid-Nederland in meer algemeen gebruik (De Bo (1873), Schuermans (1865-1870)). Lust, trek, zin, smaak; al naar het verband.

    uitdrukkingen:

    zie ook: zie ook: goeste, begoest (op), goestendoender, goestingdoener

    • Ik heb goesting in biefstuk friet.
    • Ik heb goesting om te poepen.
    • Hij ging tegen zijn goesting naar ’t school.
    • 1 van zijn goestingen is uitgebreid gaan eten.
    • Goestingskes kosten geld.
    • Goesting of geen goesting, ge gaat die vuilbak buiten zetten.
    Gans Vlaanderen
    Bewerking door de Bon op 19 apr 2018 23:00
    22 reactie(s)

    Versie 32

    goesting
    (de ~ (v.), ~en)

    zin, lust, trek
    goesting hebben voor, in, naar, achter iets

    Dit woord werd door Radio 1 in Vlaanderen uitverkozen tot mooiste Nederlandstalige woord

    Woordenboek de Nederlandsche taal: Modern lemma: goesting
    GUSTING; daarnaast ook GOESTE
    ↪Het Fransche woord goût (Oudfrans goust, van Latijn gustus) met het Germaansche achtervoegsel -ing. In Noord-Nederland uitsluitend in enkele zuidelijke tongvallen (gusti of gusting) in Zuid-Nederland in meer algemeen gebruik (De Bo (1873), Schuermans (1865-1870)). Lust, trek, zin, smaak; al naar het verband.

    uitdrukkingen:

    zie ook: zie ook: goeste, begoest (op), goestendoender, goestingdoener

    • Ik heb goesting in biefstuk friet.
    • Ik heb goesting om te poepen.
    • Hij ging tegen zijn goesting naar ’t school.
    • 1 van zijn goestingen is uitgebreid gaan eten.
    • Goestingskes kosten geld.
    • Die goestingen van u kosten wel veel geld.
    • Goesting of geen goesting, ge gaat die vuilbak buiten zetten.
    • Uit goesting ben ik op de border colli pup van mijne zoon gaan passen.
    • Doet uw goesting en trouwt morgen, die uitdrukking heb ik somtijds mijn moeder horen zeggen maar ik weet niet meer wat ze ermee bedoelde.
    Gans Vlaanderen
    Bewerking door Georges Grootjans op 07 mei 2016 10:43
    22 reactie(s)

    Versie 31

    goesting
    (de ~ (v.), ~en)

    zin, lust, trek
    goesting hebben voor, in, naar, achter iets

    Dit woord werd door Radio 1 in Vlaanderen uitverkozen tot mooiste Nederlandstalige woord

    Woordenboek de Nederlandsche taal: Modern lemma: goesting
    GUSTING; daarnaast ook GOESTE
    ↪Het Fransche woord goût (Oudfrans goust, van Latijn gustus) met het Germaansche achtervoegsel -ing. In Noord-Nederland uitsluitend in enkele zuidelijke tongvallen (gusti of gusting) in Zuid-Nederland in meer algemeen gebruik (De Bo (1873), Schuermans (1865-1870)). Lust, trek, zin, smaak; al naar het verband.

    uitdrukkingen:

    zie ook: zie ook: goeste, begoest (op), goestendoender, goestingdoener

    • Ik heb goesting in biefstuk friet.
    • Ik heb goesting om te poepen.
    • Hij ging tegen zijn goesting naar ’t school.
    • 1 van zijn goestingen is uitgebreid gaan eten.
    • Goestingskes kosten geld.
    • Die goestingen van u kosten wel veel geld.
    • Goesting of geen goesting, ge gaat die vuilbak buiten zetten.
    • Uit goesting ben ik op de border colli pup van mijne zoon gaan passen.
    • Doet uw goesting en trouwt morgen, die uitdrukking heb ik somtijds mijn moeder horen zeggen maar ik weet niet meer wat ze ermee bedoelde.
    Gans Vlaanderen
    Bewerking door Georges Grootjans op 07 mei 2016 10:28
    22 reactie(s)

    Versie 30

    goesting
    (de ~ (v.), ~en)

    zin, lust, trek
    goesting hebben voor, in, naar, achter iets

    Dit woord werd door Radio 1 in Vlaanderen uitverkozen tot mooiste Nederlandstalige woord

    Woordenboek de Nederlandsche taal: Modern lemma: goesting
    GUSTING; daarnaast ook GOESTE
    ↪Het Fransche woord goût (Oudfrans goust, van Latijn gustus) met het Germaansche achtervoegsel -ing. In Noord-Nederland uitsluitend in enkele zuidelijke tongvallen (gusti of gusting) in Zuid-Nederland in meer algemeen gebruik (De Bo (1873), Schuermans (1865-1870)). Lust, trek, zin, smaak; al naar het verband.

    uitdrukkingen:

    zie ook: zie ook: goeste, begoest (op), goestendoender, goestingdoener

    • Ik heb goesting in biefstuk friet.
    • Ik heb goesting om te poepen.
    • Hij ging tegen zijn goesting naar ’t school.
    • 1 van zijn goestingen is uitgebreid gaan eten.
    • Goestingskes kosten geld.
    • Die goestingen van u kosten wel veel geld.
    • Goesting of geen goesting, ge gaat die vuilbak buiten zetten.
    • Uit goesting ben ik op de border colli pup van mijne zoon gaan passen.
    • Doet uw goesting en trouwt morgen, die uitdrukking heb ik somtijds mijn moeder horen zeggen maar ik weet niet meer wat ze ermee bedoelde.
    Gans Vlaanderen
    Bewerking door Georges Grootjans op 07 mei 2016 10:25
    22 reactie(s)

    Versie 29

    goesting
    (de ~ (v.), ~en)

    zin, lust, trek
    goesting hebben voor, in, naar, achter iets

    Dit woord werd door Radio 1 in Vlaanderen uitverkozen tot mooiste Nederlandstalige woord

    Woordenboek de Nederlandsche taal: Modern lemma: goesting
    GUSTING; daarnaast ook GOESTE
    ↪Het Fransche woord goût (Oudfrans goust, van Latijn gustus) met het Germaansche achtervoegsel -ing. In Noord-Nederland uitsluitend in enkele zuidelijke tongvallen (gusti of gusting) in Zuid-Nederland in meer algemeen gebruik (De Bo (1873), Schuermans (1865-1870)). Lust, trek, zin, smaak; al naar het verband.

    uitdrukkingen:

    zie ook: zie ook: goeste, begoest (op), goestendoender, goestingdoener

    • Ik heb goesting in biefstuk friet.
    • Ik heb goesting om te poepen.
    • Hij ging tegen zijn goesting naar ’t school.
    • 1 van zijn goestingen is uitgebreid gaan eten.
    • Goestingskes kosten geld.
    • Die goestingen van u kosten wel veel geld.
    • Goesting of geen goesting, ge gaat die vuilbak buiten zetten.
    • Uit goesting ben ik op de border colli pup van mijne zoon gaan passen.
    • Doet uw goesting en trouwt morgen, die uitdrukking heb ik somtijds mijn moeder horen zeggen maar ik weet niet meer wat ze ermee bedoelde.
    Gans Vlaanderen
    Bewerking door de Bon op 06 mei 2016 16:55
    22 reactie(s)

    Versie 28

    goesting
    (de ~ (v.), ~en)

    zin, lust, trek
    goesting hebben voor, in, naar, achter iets

    Dit woord werd door Radio 1 in Vlaanderen uitverkozen tot mooiste Nederlandstalige woord

    Woordenboek de Nederlandsche taal: Modern lemma: goesting
    GUSTING; daarnaast ook GOESTE
    ↪Het Fransche woord goût (Oudfrans goust, van Latijn gustus) met het Germaansche achtervoegsel -ing. In Noord-Nederland uitsluitend in enkele zuidelijke tongvallen (gusti of gusting) in Zuid-Nederland in meer algemeen gebruik (De Bo (1873), Schuermans (1865-1870)). Lust, trek, zin, smaak; al naar het verband.

    uitdrukkingen.:

    zie ook: zie ook: goeste, begoest (op), goestendoender, goestingdoener

    • Ik heb goesting in biefstuk friet.
    • Ik heb goesting om te poepen.
    • Hij ging tegen zijn goesting naar ’t school.
    • 1 van zijn goestingen is uitgebreid gaan eten.
    • Goestingskes kosten geld.
    • Die goestingen van u kosten wel veel geld.
    • Goesting of geen goesting, ge gaat die vuilbak buiten zetten.
    • Uit goesting ben ik op de border colli pup van mijne zoon gaan passen.
    • Doet uw goesting en trouwt morgen, die uitdrukking heb ik somtijds mijn moeder horen zeggen maar ik weet niet meer wat ze ermee bedoelde.
    Gans Vlaanderen
    Bewerking door de Bon op 06 mei 2016 16:52
    22 reactie(s)

    Versie 27

    goesting
    (de ~ (v.), ~en)

    zin, lust, trek
    goesting hebben voor, in, naar, achter iets

    Dit woord werd door Radio 1 in Vlaanderen uitverkozen tot mooiste Nederlandstalige woord

    Woordenboek de Nederlandsche taal: Modern lemma: goesting
    GUSTING; daarnaast ook GOESTE
    ↪Het Fransche woord goût (Oudfrans goust, van Latijn gustus) met het Germaansche achtervoegsel -ing. In Noord-Nederland uitsluitend in enkele zuidelijke tongvallen (gusti of gusting) in Zuid-Nederland in meer algemeen gebruik (De Bo (1873), Schuermans (1865-1870)). Lust, trek, zin, smaak; al naar het verband.

    uitdrukkingen.:

    zie ook: zie ook: goeste, begoest (op), goestendoender, goestingdoener

    • Ik heb goesting in biefstuk friet.
    • Ik heb goesting om te poepen.
    • Hij ging tegen zijn goesting naar ’t school.
    • 1 van zijn goestingen is uitgebreid gaan eten.
    • Goestingskes kosten geld.
    • Die goestingen van u kosten wel veel geld.
    • Goesting of geen goesting, ge gaat die vuilbak buiten zetten.
    • Uit goesting ben ik op de border colli pup van mijne zoon gaan passen.
    • Doet uw goesting en trouwt morgen, die uitdrukking heb ik somtijds mijn moeder horen zeggen maar ik weet niet meer wat ze ermee bedoelde.
    Gans Vlaanderen
    Bewerking door de Bon op 06 mei 2016 16:16
    22 reactie(s)

    Versie 26

    goesting
    (de ~ (v.), ~en)

    zin, lust, trek
    goesting hebben voor, in, naar, achter iets
    zie ook: goeste, begoest (op), goestendoender,goestingdoener

    Dit woord werd door Radio 1 in Vlaanderen uitverkozen tot mooiste Nederlandstalige woord

    uitdrukkingen.:

    WNT: Modern lemma: goesting
    GUSTING; daarnaast ook GOESTE
    ↪Het Fransche woord goût (Oudfrans goust, van Latijn gustus) met het Germaansche achtervoegsel -ing. In Noord-Nederland uitsluitend in enkele zuidelijke tongvallen (gusti of gusting) in Zuid-Nederland in meer algemeen gebruik (De Bo (1873), Schuermans (1865-1870)). Lust, trek, zin, smaak; al naar het verband.

    • Ik heb goesting in biefstuk friet.
    • Ik heb goesting om te poepen.
    • Hij ging tegen zijn goesting naar ’t school.
    • 1 van zijn goestingen is uitgebreid gaan eten.
    • Goestingskes kosten geld.
    • Die goestingen van u kosten wel veel geld.
    • Goesting of geen goesting, ge gaat die vuilbak buiten zetten.
    • Uit goesting ben ik op de border colli pup van mijne zoon gaan passen.
    • Doet uw goesting en trouwt morgen, die uitdrukking heb ik somtijds mijn moeder horen zeggen maar ik weet niet meer wat ze ermee bedoelde.
    Gans Vlaanderen
    Bewerking door de Bon op 05 jun 2015 12:33
    22 reactie(s)

    Versie 25

    goesting
    (de ~ (v.), ~en)

    zin, lust, trek
    goesting hebben voor, in, naar, achter iets
    zie ook: goeste, begoest (op), goestendoender, goestingdoener

    WNT: goesting, goeste:
    in enkele zuidelijke tongvallen: gusti of gusting
    in Z-Nl in meer algemeen gebruik: lust, trek, zin, smaak; al naar het verband (de bo (1873), schuerm. (1865-1870)).
    > Fr. goût, goûter = proeven
    > Oud-Fr. (1653) goust = smaak + Germaanse achtervoegsel ‘ing’
    > Spaans: gustar = smaken, proeven, graag hebben
    > Latijn: gustus

    Dit woord werd door Radio 1 in Vlaanderen uitverkozen tot mooiste Nederlandstalige woord

    uitdrukkingen.:

    • Ik heb goesting in biefstuk friet.
    • Ik heb goesting om te poepen.
    • Hij ging tegen zijn goesting naar ’t school.
    • 1 van zijn goestingen is uitgebreid gaan eten.
    • Goestingskes kosten geld.
    • Die goestingen van u kosten wel veel geld.
    • Goesting of geen goesting, ge gaat die vuilbak buiten zetten.
    • Uit goesting ben ik op de border colli pup van mijne zoon gaan passen.
    • Doet uw goesting en trouwt morgen, die uitdrukking heb ik somtijds mijn moeder horen zeggen maar ik weet niet meer wat ze ermee bedoelde.
    Gans Vlaanderen
    Bewerking door fansy op 13 mei 2015 01:31
    22 reactie(s)

    Versie 24

    goesting
    (de ~ (v.), ~en)

    zin, lust, trek
    goesting hebben voor, in, naar, achter iets
    zie ook: goeste, begoest (op), goestendoender

    WNT: goesting, goeste:
    in enkele zuidelijke tongvallen: gusti of gusting
    in Z-Nl in meer algemeen gebruik: lust, trek, zin, smaak; al naar het verband (de bo (1873), schuerm. (1865-1870)).
    > Fr. goût, goûter = proeven
    > Oud-Fr. (1653) goust = smaak + Germaanse achtervoegsel ‘ing’
    > Spaans: gustar = smaken, proeven, graag hebben
    > Latijn: gustus

    Dit woord werd door Radio 1 in Vlaanderen uitverkozen tot mooiste Nederlandstalige woord

    uitdrukkingen.:

    • Ik heb goesting in biefstuk friet.
    • Ik heb goesting om te poepen.
    • Hij ging tegen zijn goesting naar ’t school.
    • 1 van zijn goestingen is uitgebreid gaan eten.
    • Goestingskes kosten geld.
    • Die goestingen van u kosten wel veel geld.
    • Goesting of geen goesting, ge gaat die vuilbak buiten zetten.
    • Uit goesting ben ik op de border colli pup van mijne zoon gaan passen.
    • Doet uw goesting en trouwt morgen, die uitdrukking heb ik somtijds mijn moeder horen zeggen maar ik weet niet meer wat ze ermee bedoelde.
    Gans Vlaanderen
    Bewerking door fansy op 13 mei 2015 01:30
    22 reactie(s)

    Versie 23

    goesting
    (de ~ (v.), ~en)

    zin, lust, trek
    goesting hebben voor, in, naar, achter iets
    zie ook: goeste, begoest (op)

    WNT: goesting, goeste:
    in enkele zuidelijke tongvallen: gusti of gusting
    in Z-Nl in meer algemeen gebruik: lust, trek, zin, smaak; al naar het verband (de bo (1873), schuerm. (1865-1870)).
    > Fr. goût, goûter = proeven
    > Oud-Fr. (1653) goust = smaak + Germaanse achtervoegsel ‘ing’
    > Spaans: gustar = smaken, proeven, graag hebben
    > Latijn: gustus

    Dit woord werd door Radio 1 in Vlaanderen uitverkozen tot mooiste Nederlandstalige woord

    uitdrukkingen.:

    • Ik heb goesting in biefstuk friet.
    • Ik heb goesting om te poepen.
    • Hij ging tegen zijn goesting naar ’t school.
    • 1 van zijn goestingen is uitgebreid gaan eten.
    • Goestingskes kosten geld.
    • Die goestingen van u kosten wel veel geld.
    • Goesting of geen goesting, ge gaat die vuilbak buiten zetten.
    • Uit goesting ben ik op de border colli pup van mijne zoon gaan passen.
    • Doet uw goesting en trouwt morgen, die uitdrukking heb ik somtijds mijn moeder horen zeggen maar ik weet niet meer wat ze ermee bedoelde.
    Gans Vlaanderen
    Bewerking door fansy op 13 mei 2015 01:25
    22 reactie(s)

    Versie 22

    goesting
    (de ~ (v.), -en)

    zin, lust, trek
    goesting hebben voor, in, naar, achter iets
    zie ook: goeste, begoest (op)

    WNT: goesting, goeste:
    in enkele zuidelijke tongvallen: gusti of gusting
    in Z-Nl in meer algemeen gebruik: lust, trek, zin, smaak; al naar het verband (de bo (1873), schuerm. (1865-1870)).
    > Fr. goût, goûter = proeven
    > Oud-Fr. (1653) goust = smaak + Germaanse achtervoegsel ‘ing’
    > Spaans: gustar = smaken, proeven, graag hebben
    > Latijn: gustus

    Dit woord werd door Radio 1 in Vlaanderen uitverkozen tot mooiste Nederlandstalige woord

    uitdrukkingen.:

    • Ik heb goesting in biefstuk friet.
    • Ik heb goesting om te poepen.
    • Hij ging tegen zijn goesting naar ’t school.
    • 1 van zijn goestingen is uitgebreid gaan eten.
    • Goestingskes kosten geld.
    • Die goestingen van u kosten wel veel geld.
    • Goesting of geen goesting, ge gaat die vuilbak buiten zetten.
    • Uit goesting ben ik op de border colli pup van mijne zoon gaan passen.
    • Doet uw goesting en trouwt morgen, die uitdrukking heb ik somtijds mijn moeder horen zeggen maar ik weet niet meer wat ze ermee bedoelde.
    Gans Vlaanderen
    Bewerking door fansy op 13 mei 2015 01:24
    22 reactie(s)

    Versie 21

    goesting
    (de ~ (v.), -en)

    zin, lust, trek

    Dit woord werd door Radio 1 in Vlaanderen uitverkozen tot mooiste Nederlandstalige woord.

    goesting hebben voor, in, naar, achter iets

    uitdr.:

    ook: goeste (W-Vl)

    (1653) < (Oud-Fr.) gost = smaak + ing en gouter = proeven
    < (Spaans) gustar = smaken, proeven, graag hebben < (Latijns) gustare

    zie ook: begoest (op)

    • Ik heb goesting in biefstuk friet.
    • Ik heb goesting om te poepen.
    • Hij ging tegen zijn goesting naar ’t school.
    • 1 van zijn goestingen is uitgebreid gaan eten.
    • Goestingskes kosten geld.
    Gans Vlaanderen
    Bewerking door aliekens op 07 apr 2015 14:47
    22 reactie(s)

    Versie 20

    goesting
    (de ~ (v.), -en)

    zin, lust, trek

    Dit woord werd door Radio 1 in Vlaanderen uitverkozen tot mooiste Nederlandstalige woord.

    goesting hebben voor, in, naar, achter iets

    uitdr.:

    ook: goeste (W-Vl)

    (1653) < (Oud-Fr.) gost = smaak + ing
    < (Spaans) gustar = smaken, proeven, graag hebben < (Latijns) gustare

    zie ook: begoest (op)

    • Ik heb goesting in biefstuk friet.
    • Ik heb goesting om te poepen.
    • Hij ging tegen zijn goesting naar ’t school.
    • 1 van zijn goestingen is uitgebreid gaan eten.
    • Goestingskes kosten geld.
    Gans Vlaanderen
    Bewerking door aliekens op 07 apr 2015 14:44
    22 reactie(s)

    Versie 19

    goesting
    (de ~ (v.), -en)

    zin, lust, trek

    Dit woord werd door Radio 1 in Vlaanderen uitverkozen tot mooiste Nederlandstalige woord.

    goesting hebben voor, in, naar, achter iets

    uitdr.:

    ook: goeste (W-Vl)

    (1653) < (Oud-Fr.) gost = smaak + ing

    zie ook: begoest (op)

    • Ik heb goesting in biefstuk friet.
    • Ik heb goesting om te poepen.
    • Hij ging tegen zijn goesting naar ’t school.
    • 1 van zijn goestingen is uitgebreid gaan eten.
    • Goestingskes kosten geld.
    Gans Vlaanderen
    Bewerking door Georges Grootjans op 13 dec 2014 07:05
    22 reactie(s)

    Versie 18

    goesting
    (de ~ (v.), -en)

    zin, lust, trek

    Dit woord werd door Radio 1 in Vlaanderen uitverkozen tot mooiste Nederlandstalige woord.

    goesting hebben voor, in, naar, achter iets

    uitdr.:

    zie ook ieder zijn goesting

    ook: goeste (W-Vl)

    (1653) < (Oud-Fr.) gost = smaak + ing

    zie ook: begoest (op)

    • Ik heb goesting in biefstuk friet.
    • Ik heb goesting om te poepen.
    • Hij ging tegen zijn goesting naar ’t school.
    • 1 van zijn goestingen is uitgebreid gaan eten.
    • Goestingskes kosten geld.
    Gans Vlaanderen
    Bewerking door Georges Grootjans op 13 dec 2014 07:04
    22 reactie(s)

    Versie 17

    goesting
    (de ~ (v.), -en)

    zin, lust, trek

    Dit woord werd door Radio 1 in Vlaanderen uitverkozen tot mooiste Nederlandstalige woord.

    goesting hebben voor, in, naar, achter iets

    uitdr.:

    zie ook ieder zijn goesting

    ook: goeste (W-Vl)

    (1653) < (Oud-Fr.) gost = smaak + ing

    zie ook: begoest (op)

    • Ik heb goesting in biefstuk friet.
    • Ik heb goesting om te poepen.
    • Hij ging tegen zijn goesting naar ’t school.
    • 1 van zijn goestingen is uitgebreid gaan eten.
    • Goestingskes kosten geld.
    Gans Vlaanderen
    Bewerking door Georges Grootjans op 13 dec 2014 07:02
    22 reactie(s)

    Versie 16

    goesting
    (de ~ (v.), -en)

    zin, lust, trek

    Dit woord werd door Radio 1 in Vlaanderen uitverkozen tot mooiste Nederlandstalige woord.

    goesting hebben voor, in, naar, achter iets

    uitdr.:

    ook: goeste (W-Vl)

    (1653) < (Oud-Fr.) gost = smaak + ing

    zie ook: begoest (op)

    • Ik heb goesting in biefstuk friet.
    • Ik heb goesting om te poepen.
    • Hij ging tegen zijn goesting naar ’t school.
    • 1 van zijn goestingen is uitgebreid gaan eten.
    • Goestingskes kosten geld.
    Gans Vlaanderen
    Bewerking door fansy op 30 sep 2014 21:00
    22 reactie(s)

    Versie 15

    goesting
    (de ~ (v.), -en)

    zin, lust, trek

    Dit woord werd door Radio 1 in Vlaanderen uitverkozen tot mooiste Nederlandstalige woord.

    goesting hebben voor, in, naar, achter iets

    uitdr.:

    ook: goeste (W-Vl)

    (1653) < (Oud-Fr.) gost = smaak + ing

    zie ook: begoest (op)

    • Ik heb goesting in biefstuk friet.
    • Ik heb goesting om te poepen.
    • Hij ging tegen zijn goesting naar ’t school.
    • 1 van zijn goestingen is uitgebreid gaan eten.
    • Goestingskes kosten geld.
    Gans Vlaanderen
    Bewerking door Georges Grootjans op 26 jan 2014 13:20
    22 reactie(s)

    Versie 14

    goesting
    (de ~ (v.), -en)

    zin, lust, trek

    Dit woord werd door Radio 1 in Vlaanderen uitverkozen tot mooiste Nederlandstalige woord.

    uitdr.:

    ook: goeste (W-Vl)

    (1653) < (Oud-Fr.) gost = smaak + ing

    zie ook: begoest (op)

    • Ik heb goesting in biefstuk friet.
    • Ik heb goesting om te poepen.
    • Hij ging tegen zijn goesting naar ’t school.
    • 1 van zijn goestingen is uitgebreid gaan eten.
    • Goestingskes kosten geld.
    Gans Vlaanderen
    Bewerking door fansy op 24 jul 2013 14:24
    22 reactie(s)

    Versie 13

    goesting
    (de ~ (v.), -en)

    zin, lust, trek

    Dit woord werd door Radio 1 in Vlaanderen uitverkozen tot mooiste Nederlandstalige woord.

    uitdr.:

    ook: goeste (W-Vl)

    (1653) < (Oud-Fr.) gost = smaak + ing

    zie ook: begoest (op)

    • Ik heb goesting in biefstuk friet.
    • Ik heb goesting om te poepen.
    • Hij ging tegen zijn goesting naar ’t school.
    Gans Vlaanderen
    Bewerking door de Bon op 11 dec 2012 13:47
    22 reactie(s)

    Versie 12

    goesting
    (de ~ (v.), -en)

    zin, lust, trek

    Dit woord werd door Radio 1 in Vlaanderen uitverkozen tot mooiste Nederlandstalige woord.

    uitdr.:

    ook: ‘goeste’ (W-Vl)

    (1653) < (Oud-Fr.) gost = smaak + ing

    zie ook: begoest (op)

    • Ik heb goesting in biefstuk friet.
    • Ik heb goesting om te poepen.
    • Hij ging tegen zijn goesting naar ’t school.
    Gans Vlaanderen
    Bewerking door fansy op 25 jan 2012 21:58
    22 reactie(s)

    Versie 11

    goesting
    (de ~ (v.), -en)

    zin, lust, trek

    Dit woord werd door Radio 1 in Vlaanderen uitverkozen tot mooiste Nederlandstalige woord.

    uitdr.:

    ook: ‘goeste’ (W-Vl)

    (1653) < (Oud-Fr.) gost = smaak + ing

    zie ook: begoest (op)

    • Ik heb goesting in biefstuk friet.
    • Ik heb goesting om te poepen.
    • Hij ging tegen zijn goesting naar ’t school.
    Gans Vlaanderen
    Bewerking door Georges Grootjans op 15 nov 2010 16:07
    22 reactie(s)

    Versie 10

    goesting
    (de ~ (v.), -en)

    zin, lust, trek

    Dit woord werd door Radio 1 in Vlaanderen uitverkozen tot mooiste Nederlandstalige woord.

    uitdr.:

    ook: ‘goeste’ (W-Vl)

    (1653) < (Oud-Fr.) gost = smaak + ing

    zie ook: begoest (op)

    • Ik heb goesting in biefstuk friet.
    • Ik heb goesting om te poepen.
    Gans Vlaanderen
    Bewerking door Grytolle op 14 apr 2010 23:26
    22 reactie(s)

    Versie 9

    goesting
    (de ~ (v.), -en)

    zin, lust, trek

    Dit woord werd door Radio 1 in Vlaanderen uitverkozen tot mooiste Nederlandstalige woord.

    uitdr.:

    ook: ‘goeste’ (W-Vl)

    (1653) < (Oud-Fr.) gost = smaak

    zie ook: begoest (op)

    • Ik heb goesting in biefstuk friet.
    • Ik heb goesting om te poepen.
    Gans Vlaanderen
    Bewerking door Grytolle op 30 mrt 2010 23:20
    22 reactie(s)

    Versie 8

    goesting
    (de ~ (v.), -en)

    zin, lust, trek

    Dit woord werd door Radio 1 in Vlaanderen uitverkozen tot mooiste Nederlandstalige woord.

    uitdr.:

    ook: ‘goeste’ (W-Vl)

    < Frans: ‘goût’ = smaak

    zie ook: begoest (op)

    • Ik heb goesting in biefstuk friet.
    • Ik heb goesting om te poepen.
    Gans Vlaanderen
    Bewerking door LimoWreck op 28 mrt 2010 20:54
    22 reactie(s)

    Versie 7

    goesting
    (de ~ (v.), -en)

    zin, lust, trek

    Dit woord werd door Radio 1 in Vlaanderen uitverkozen tot mooiste Nederlandstalige woord.

    uitdr.:

    ook: ‘goeste’ (W-Vl)

    < Frans: ‘goût’ = smaak

    • Ik heb goesting in biefstuk friet.
    • Ik heb goesting om te poepen.
    Gans Vlaanderen
    Bewerking door LimoWreck op 28 mrt 2010 20:52
    22 reactie(s)

    Versie 6

    goesting
    (de ~ (v.), -en)

    zin, lust, trek

    Dit woord werd door Radio 1 in Vlaanderen uitverkozen tot mooiste Nederlandstalige woord.

    uitdr.:

    ook: ‘goeste’ (W-Vl)

    < Frans: ‘goût’ = smaak

    • Ik heb goesting in biefstuk friet.
    • Ik heb goesting om te poepen.
    Gans Vlaanderen
    Bewerking door LimoWreck op 28 mrt 2010 20:51
    22 reactie(s)

    Versie 5

    goesting
    (de ~ (v.), -en)

    zin, lust, trek
    zijn goesting krijgen= zijn zin krijgen

    Dit woord werd door Radio 1 in Vlaanderen uitverkozen tot mooiste Nederlandstalige woord.

    Wij (regio Leiestreek) spreken van ‘goeste hebben’…(zin hebben in..)

    Ik heb goesting in biefstuk friet.

    Ik heb goesting om te poepen.

    Gans Vlaanderen
    Bewerking door de Bon op 29 dec 2009 20:15
    22 reactie(s)

    Versie 4

    goesting
    (de ~ (v.), -en)

    zin, lust, trek

    Dit woord werd door Radio 1 in Vlaanderen uitverkozen tot mooiste Nederlandstalige woord.

    Wij (regio Leiestreek) spreken van ‘goeste hebben’…(zin hebben in..)

    Ik heb goesting in biefstuk friet.

    Ik heb goesting om te poepen.

    Gans Vlaanderen
    Bewerking door haloewie op 27 sep 2009 23:20
    22 reactie(s)

    Versie 3

    goesting
    (de ~ (v.), ~?)

    Zin, lust, trek

    Dit woord werd door Radio 1 in Vlaanderen uitverkozen tot mooiste Nederlandstalige woord.

    Wij (regio Leiestreek) spreken van ‘goeste hebben’…(zin hebben in..)

    Ik heb goesting in biefstuk friet.

    Ik heb goesting om te poepen.

    Gans Vlaanderen
    Bewerking door Grytolle op 10 feb 2008 18:57
    22 reactie(s)

    Versie 2

    goesting

    Zin, lust, trek

    Dit woord werd door Radio 1 in Vlaanderen uitverkozen tot mooiste Nederlandstalige woord.

    Wij(regio Leiestreek) spreken van ‘goeste hebben’…(zin hebben in..)

    Ik heb goesting in biefstuk friet.

    Ik heb goesting om te poepen.

    Gans Vlaanderen
    Bewerking door hamamelis op 08 feb 2008 20:41
    22 reactie(s)

    Versie 1

    goesting

    Zin, lust, trek

    Dit woord werd door Radio 1 in Vlaanderen uitverkozen tot mooiste Nederlandstalige woord.

    Ik heb goesting in biefstuk friet.

    Ik heb goesting om te poepen.

    Gans Vlaanderen
    Bewerking door aliekens op 13 sep 2007 21:14
    22 reactie(s)

    Hulp gezocht!
    Wil je graag meebouwen aan de taalatlas van de Nederlandse taal?
    Taalverhalen zoekt nieuwe vaste correspondenten voor haar mini taalonderzoekjes.

    Leer je Nederlands?
    NedBox.be is een gratis website om op een leuke manier Nederlands te oefenen, via tv-fragmenten en krantenartikels.

    Het Vlaams woordenboek  |  Concept en realisatie door Anthony Liekens

    Creative Commons License

    Het Vlaams Woordenboek by Anthony Liekens is licensed under a Creative Commons Attribution-NonCommercial-ShareAlike 4.0 International License.