Vlaams Woordenboek logo

Het Vlaams woordenboek


Index

A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Log in

Registreer als nieuwe gebruiker om het Vlaamse Woordenboek op zijn best te kunnen gebruiken. Als ingelogde gebruiker kunt ge bijvoorbeeld nieuwe termen aan ons woordenboek toevoegen, andermans definities verbeteren, en reageren op bestaande definities.

Uw gebruikersnaam
Uw geheime paswoord

  • Log in
  • Wees welgekomen | Willekeurig | Top woorden | Recent

    Omdat ik het Vlaams Woordenboek al enkele jaren niet meer kan onderhouden, wordt er gewerkt aan een nieuwe versie. Helpers zijn welkom in kanaal #vlaamswoordenboek op de Discord van Nerdland.

    nen

    De beschrijving van deze term werd 32 keer aangepast.

    Versie 32

    nen
    (mannelijk onbepaald lidwoord)

    Afkomstig van de accusatief in het oude naamvallenstelsel, dat er zo uitzag voor het mannelijk onbepaald lidwoord:

    1. nominatief: een / ‘n
    2. genitief: eens / ‘ns
    3. datief: enen / ‘nen
    4. accusatief: enen / ‘nen

    Voorbeelden in het oude naamvallenstelsel:
    - nen sterken koning
    - nen groten boom
    - nen roden vis

    Voordat het AN als standaardtaal werd geïmporteerd, pleitten sommige Vlaamse grammatici ervoor “nen” en “den” als mannelijke lidwoorden in te voeren in de orthografie ook in de nominatief – Zoals hierboven voorbeelden voor gegeven werden. De neiging om accusatieven te gebruiken in stede van nominatieven heet “accusativisme”.

    Mettertijd werd er steeds meer geassimileerd en op den duur ontwikkelde zich het tegenwoordige, bij de eerste aanblik vrij chaotisch voorkomende, stelsel:

    nen – voor alle klinkers, en een paar medeklinkers: d, t en h
    nem – voor ‘b’, wordt door de meesten geschreven als ”nen” (behalve in Limburg waar geen n wordt uitgesproken voor de b)
    ne – in alle andere gevallen, dwz voor: c f g j k l m n p q r s v w x y z sj zj …

    Dezelfde flexie wordt gebruikt voor bijvoegelijke naamwoorden, voor den, voor bezittelijke voornaamwoorden, etc. Ook in die gevallen zijn de vormen af te leiden van oude accusatieven.

    Sommigen gebruiken ( onder invloed van het AN) “een” ook bij mannelijke woorden.

    zie ook: tussen-n in combinatie met man. znw.

    Ik heb ne motocyclette gekocht van ne Chinees.
    Ik heb nen oranje motocyclette gekocht van nen oranje Chinees.
    Ik heb nen boom gekocht van ne Japanees.
    Van dezelfde Japanner ook nen automobiel.
    Ik heb nen otto gekocht van nen Hollander.
    Dit is nem blauwen boom. Uitzondering: in Limburg hoor je in het lidwoord of attributief gebruikt adjectief geen -m voor een b; daar is het: ne boom, ne braune boom.

    Voor de volledigheid
    De archaïsche flexie van “een” voor vrouwelijke naamwoorden:
    1. nominatief: ene / ’ne > een / ’n
    2. genitief: ener / ’ner
    3. datief: ener / ’ner
    4. accusatief: ene / ’ne > een / ’n

    Dankzij het feit dat het vrouwelijk lidwoord gereduceerd is tot “een”, onstaan geen problemen doordat men tegenwoordig “ne” zegt bij mannelijke woorden.

    En – hetgeen hier bijna niets terzake doet – het onzijdige:
    1. nominatief: een / ’n
    2. genitief: eens / ’ns
    3. datief: enen / ’nen
    4. accusatief: een / ’n

    Gans Vlaanderen
    Bewerking door Marcus op 21 dec 2018 13:16
    21 reactie(s)

    Versie 31

    nen
    (mannelijk onbepaald lidwoord)

    Afkomstig van de accusatief in het oude naamvallenstelsel, dat er zo uitzag voor het mannelijk onbepaald lidwoord:

    1. nominatief: een / ‘n
    2. genitief: eens / ‘ns
    3. datief: enen / ‘nen
    4. accusatief: enen / ‘nen

    Voorbeelden in het oude naamvallenstelsel:
    - nen sterken koning
    - nen groten boom
    - nen roden vis

    Voordat het AN als standaardtaal werd geïmporteerd, pleitten sommige Vlaamse grammatici ervoor “nen” en “den” als mannelijke lidwoorden in te voeren in de orthografie ook in de nominatief – Zoals hierboven voorbeelden voor gegeven werden. De neiging om accusatieven te gebruiken in stede van nominatieven heet “accusativisme”.

    Mettertijd werd er steeds meer geassimileerd en op den duur ontwikkelde zich het tegenwoordige, bij de eerste aanblik vrij chaotisch voorkomende, stelsel:

    nen – voor alle klinkers, en een paar medeklinkers: d, t en h
    nem – voor ‘b’, wordt door de meesten geschreven als ”nen” (behalve in Limburg waar geen n wordt uitgesproken voor de b)
    ne – in alle andere gevallen, dwz voor: c f g j k l m n p q r s v w x y z sj zj …

    Dezelfde flexie wordt gebruikt voor bijvoegelijke naamwoorden, voor den, voor bezittelijke voornaamwoorden, etc. Ook in die gevallen zijn de vormen af te leiden van oude accusatieven.

    Sommigen gebruiken ( onder invloed van het AN) “een” ook bij mannelijke woorden.

    zie ook: tussen-n in combinatie met man. znw.

    Ik heb ne motocyclette gekocht van ne Chinees.
    Ik heb nen oranje motocyclette gekocht van nen oranje Chinees.
    Ik heb nen boom gekocht van ne Japanees.
    Van dezelfde Japanner ook nen automobiel.
    Ik heb nen otto gekocht van nen Hollander.
    Dit is nen blauwen boom. Uitzondering: in Limburg hoor je in het lidwoord of attributief gebruikt adjectief geen -n voor een b; daar is het: ne boom, ne braune boom.

    Voor de volledigheid
    De archaïsche flexie van “een” voor vrouwelijke naamwoorden:
    1. nominatief: ene / ’ne > een / ’n
    2. genitief: ener / ’ner
    3. datief: ener / ’ner
    4. accusatief: ene / ’ne > een / ’n

    Dankzij het feit dat het vrouwelijk lidwoord gereduceerd is tot “een”, onstaan geen problemen doordat men tegenwoordig “ne” zegt bij mannelijke woorden.

    En – hetgeen hier bijna niets terzake doet – het onzijdige:
    1. nominatief: een / ’n
    2. genitief: eens / ’ns
    3. datief: enen / ’nen
    4. accusatief: een / ’n

    Gans Vlaanderen
    Bewerking door de Bon op 21 apr 2015 14:39
    21 reactie(s)

    Versie 30

    nen
    (mannelijk onbepaald lidwoord)

    Afkomstig van de accusatief in het oude naamvallenstelsel, dat er zo uitzag voor het mannelijk onbepaald lidwoord:

    1. nominatief: een / ‘n
    2. genitief: eens / ‘ns
    3. datief: enen / ‘nen
    4. accusatief: enen / ‘nen

    Voorbeelden in het oude naamvallenstelsel:
    - nen sterken koning
    - nen groten boom
    - nen roden vis

    Voordat het AN als standaardtaal werd geïmporteerd, pleitten sommige Vlaamse grammatici ervoor “nen” en “den” als mannelijke lidwoorden in te voeren in de orthografie ook in de nominatief – Zoals hierboven voorbeelden voor gegeven werden. De neiging om accusatieven te gebruiken in stede van nominatieven heet “accusativisme”.

    Mettertijd werd er steeds meer geassimileerd en op den duur ontwikkelde zich het tegenwoordige, bij de eerste aanblik vrij chaotisch voorkomende, stelsel:

    nen – voor alle klinkers, en een paar medeklinkers: d, t en h
    nem – voor ‘b’, wordt door de meesten geschreven als ”nen” (behalve in Limburg waar geen n wordt uitgesproken voor de b)
    ne – in alle andere gevallen, dwz voor: c f g j k l m n p q r s v w x y z sj zj …

    Dezelfde flexie wordt gebruikt voor bijvoegelijke naamwoorden, voor den, voor bezittelijke voornaamwoorden, etc. Ook in die gevallen zijn de vormen af te leiden van oude accusatieven.

    Sommigen gebruiken (vaak onder invloed van het AN?) “een” ook bij mannelijke woorden.

    zie ook: tussen-n in combinatie met man. znw.

    Ik heb ne motocyclette gekocht van ne Chinees.
    Ik heb nen oranje motocyclette gekocht van nen oranje Chinees.
    Ik heb nen boom gekocht van ne Japanees.
    Van dezelfde Japanner ook nen automobiel.
    Ik heb nen otto gekocht van nen Hollander.
    Dit is nen blauwen boom. Uitzondering: in Limburg hoor je in het lidwoord of attributief gebruikt adjectief geen -n voor een b; daar is het: ne boom, ne braune boom.

    Voor de volledigheid
    De archaïsche flexie van “een” voor vrouwelijke naamwoorden:
    1. nominatief: ene / ’ne > een / ’n
    2. genitief: ener / ’ner
    3. datief: ener / ’ner
    4. accusatief: ene / ’ne > een / ’n

    Dankzij het feit dat het vrouwelijk lidwoord gereduceerd is tot “een”, onstaan geen problemen doordat men tegenwoordig “ne” zegt bij mannelijke woorden.

    En – hetgeen hier bijna niets terzake doet – het onzijdige:
    1. nominatief: een / ’n
    2. genitief: eens / ’ns
    3. datief: enen / ’nen
    4. accusatief: een / ’n

    Gans Vlaanderen
    Bewerking door de Bon op 21 apr 2015 14:16
    21 reactie(s)

    Versie 29

    nen
    (mannelijk onbepaald lidwoord)

    Afkomstig van de accusatief in het oude naamvallenstelsel, dat er zo uitzag voor het mannelijk onbepaald lidwoord:

    1. nominatief: een / ‘n
    2. genitief: eens / ‘ns
    3. datief: enen / ‘nen
    4. accusatief: enen / ‘nen

    Voorbeelden in het oude naamvallenstelsel:
    - nen sterken koning
    - nen groten boom
    - nen roden vis

    Voordat het AN als standaardtaal werd geïmporteerd, pleitten sommige Vlaamse grammatici ervoor “nen” en “den” als mannelijke lidwoorden in te voeren in de ortografie ook in de nominatief – Zoals hierboven voorbeelden voor gegeven werden. De neiging om accusatieven te gebruiken in stede van nominatieven noemt “accusativisme”.

    Mettertijd werd er steeds meer geassimileerd en op den duur ontwikkelde zich het tegenwoordige, bij de eerste aanblik vrij chaotisch voorkomende, stelsel:

    nen – voor alle klinkers, en een paar medeklinkers: d, t en h
    nem – voor ‘b’, wordt door de meesten geschreven als ”nen” (behalve in Limburg waar geen n wordt uitgesproken voor de b)
    ne – in alle andere gevallen, dwz voor: c f g j k l m n p q r s v w x y z sj zj …

    Let wel! Wellicht assimileert gij anders. Verbetert dan alstublieft dit artikel, en geeft duidelijk aan waarvandaan ge komt, opdat geïnresseerden het mogen weten.

    Dezelfde flexie wordt gebruikt voor bijvoegelijke naamwoorden, voor den, voor bezittelijke voornaamwoorden, etc. Ook in die gevallen zijn de vormen af te leiden van oude accusatieven.

    Sommigen gebruiken (vaak onder invloed van het AN?) “een” ook bij mannelijke woorden.

    zie ook: tussen-n in combinatie met man. znw.

    Ik heb ne motocyclette gekocht van ne Chinees.
    Ik heb nen oranje motocyclette gekocht van nen oranje Chinees.
    Ik heb nen boom gekocht van ne Japanees.
    Van dezelfde Japanner ook nen automobiel.
    Ik heb nen otto gekocht van nen Hollander.
    Dit is nen blauwen boom. Uitzondering: in Limburg hoor je in het lidwoord of attributief gebruikt adjectief geen -n voor een b; daar is het: ne boom, ne braune boom.

    Voor de volledigheid
    De archaïsche flexie van “een” voor vrouwelijke naamwoorden:
    1. nominatief: ene / ’ne > een / ’n
    2. genitief: ener / ’ner
    3. datief: ener / ’ner
    4. accusatief: ene / ’ne > een / ’n

    Dankzij het feit dat het vrouwelijk lidwoord gereduceerd is tot “een”, onstaan geen problemen doordat men tegenwoordig “ne” zegt bij mannelijke woorden.

    En – hetgeen hier bijna niets terzake doet – het onzijdige:
    1. nominatief: een / ’n
    2. genitief: eens / ’ns
    3. datief: enen / ’nen
    4. accusatief: een / ’n

    Gans Vlaanderen
    Bewerking door Georges Grootjans op 28 feb 2015 13:44
    21 reactie(s)

    Versie 28

    nen
    (mannelijk onbepaald lidwoord)

    Afkomstig van de accusatief in het oude naamvallenstelsel, dat er zo uitzag voor het mannelijk onbepaald lidwoord:

    1. nominatief: een / ‘n
    2. genitief: eens / ‘ns
    3. datief: enen / ‘nen
    4. accusatief: enen / ‘nen

    Voorbeelden in het oude naamvallenstelsel:
    - nen sterken koning
    - nen groten boom
    - nen roden vis

    Voordat het AN als standaardtaal werd geïmporteerd, pleitten sommige Vlaamse grammatici ervoor “nen” en “den” als mannelijke lidwoorden in te voeren in de ortografie ook in de nominatief – Zoals hierboven voorbeelden voor gegeven werden. De neiging om accusatieven te gebruiken in stede van nominatieven noemt “accusativisme”.

    Mettertijd werd er steeds meer geassimileerd en op den duur ontwikkelde zich het tegenwoordige, bij de eerste aanblik vrij chaotisch voorkomende, stelsel:

    nen – voor alle klinkers, en een paar medeklinkers: d, t en h
    nem – voor ‘b’, wordt door de meesten geschreven als ”nen” (behalve in Limburg waar geen n wordt uitgesproken voor de b)
    ne – in alle andere gevallen, dwz voor: c f g j k l m n p q r s v w x y z sj zj …

    Let wel! Wellicht assimileert gij anders. Verbetert dan alstublieft dit artikel, en geeft duidelijk aan waarvandaan ge komt, opdat geïnresseerden het mogen weten.

    Dezelfde flexie wordt gebruikt voor bijvoegelijke naamwoorden, voor den, voor bezittelijke voornaamwoorden, etc. Ook in die gevallen zijn de vormen af te leiden van oude accusatieven.

    Sommigen gebruiken (vaak onder invloed van het AN?) “een” ook bij mannelijke woorden.

    Ik heb ne motocyclette gekocht van ne Chinees.
    Ik heb nen oranje motocyclette gekocht van nen oranje Chinees.
    Ik heb nen boom gekocht van ne Japanees.
    Van dezelfde Japanner ook nen automobiel.
    Ik heb nen otto gekocht van nen Hollander.
    Dit is nen blauwen boom. Uitzondering: in Limburg hoor je in het lidwoord of attributief gebruikt adjectief geen -n voor een b; daar is het: ne boom, ne braune boom.

    Voor de volledigheid
    De archaïsche flexie van “een” voor vrouwelijke naamwoorden:
    1. nominatief: ene / ’ne > een / ’n
    2. genitief: ener / ’ner
    3. datief: ener / ’ner
    4. accusatief: ene / ’ne > een / ’n

    Dankzij het feit dat het vrouwelijk lidwoord gereduceerd is tot “een”, onstaan geen problemen doordat men tegenwoordig “ne” zegt bij mannelijke woorden.

    En – hetgeen hier bijna niets terzake doet – het onzijdige:
    1. nominatief: een / ’n
    2. genitief: eens / ’ns
    3. datief: enen / ’nen
    4. accusatief: een / ’n

    Gans Vlaanderen
    Bewerking door fansy op 21 nov 2014 03:13
    21 reactie(s)

    Versie 27

    nen
    (mannelijk onbepaald lidwoord)

    mannelijk onbepaald lidwoord

    Afkomstig van de accusatief in het oude naamvallenstelsel, dat er zo uitzag voor het mannelijk onbepaald lidwoord:

    1. nominatief een / ‘n
    2. genitief eens / ‘ns
    3. datief enen / ‘nen
    4. accusatief enen / ‘nen

    Voorbeelden in het oude naamvallenstelsel:
    ‘nen sterken koning
    ‘nen groten boom
    ‘nen roden vis

    Voordat het AN als standaardtaal werd geïmporteerd, pleitten sommige Vlaamse grammatici ervoor “nen” en “den” als mannelijke lidwoorden in te voeren in de ortografie ook in de nominatief – Zoals hierboven voorbeelden voor gegeven werden. De neiging om accusatieven te gebruiken in stede van nominatieven noemt “accusativisme”.

    Mettertijd werd er steeds meer geassimileerd en op den duur ontwikkelde zich het tegenwoordige, bij de eerste aanblik vrij chaotisch voorkomende, stelsel:

    nen – voor alle klinkers, en een paar medeklinkers: d, t en h
    nem – voor b, wordt door de meesten geschreven als ”nen” (behalve in Limburg waar geen n wordt uitgesproken voor de b)
    ne – in alle andere gevallen, dwz voor: c f g j k l m n p q r s v w x y z sj zj …

    Let wel! Wellicht assimileert gij anders. Verbetert dan alstublieft dit artikel, en geeft duidelijk aan waarvandaan ge komt, opdat geïnresseerden het mogen weten.

    Dezelfde flexie wordt gebruikt voor bijvoegelijke naamwoorden, voor den, voor bezittelijke voornaamwoorden, etc. Ook in die gevallen zijn de vormen af te leiden van oude accusatieven.

    Sommigen gebruiken (vaak onder invloed van het AN?) “een” ook bij mannelijke woorden.

    Ik heb ne motocyclette gekocht van ne Chinees.
    Ik heb nen oranje motocyclette gekocht van nen oranje Chinees.
    Ik heb nen boom gekocht van ne Japanees.
    Van dezelfde Japanner ook nen automobiel.
    Ik heb nen otto gekocht van nen Hollander.
    Dit is nen blauwen boom. Uitzondering: in Limburg hoor je in het lidwoord of attributief gebruikt adjectief geen -n voor een b; daar is het: ne boom, ne braune boom.

    Voor de volledigheid
    De archaïsche flexie van “een” voor vrouwelijke naamwoorden:
    1. nominatief ene / ‘ne → een / ’n
    2. genitief ener / ’ner
    3. datief ener / ’ner
    4. accusatief ene / ’ne → een / ’n

    Dankzij het feit dat het vrouwelijk lidwoord gereduceerd is tot “een”, onstaan geen problemen doordat men tegenwoordig “ne” zegt bij mannelijke woorden.

    En – hetgeen hier bijna niets terzake doet – het onzijdige:
    1. nominatief een / ’n
    2. genitief eens / ’ns
    3. datief enen / ’nen
    4. accusatief een / ’n

    Gans Vlaanderen
    Bewerking door fansy op 02 jul 2013 01:09
    21 reactie(s)

    Versie 26

    nen
    (mannelijk onbepaald lidwoord)

    mannelijk onbepaald lidwoord

    Afkomstig van de accusatief in het oude naamvallenstelsel, dat er zo uitzag voor het mannelijk onbepaald lidwoord:

    1. nominatief een / ‘n
    2. genitief eens / ‘ns
    3. datief enen / ‘nen
    4. accusatief enen / ‘nen

    Voorbeelden in het oude naamvallenstelsel:
    ‘nen sterken koning
    ‘nen groten boom
    ‘nen roden vis

    Voordat het AN als standaardtaal werd geïmporteerd, pleitten sommige Vlaamse grammatici ervoor “nen” en “den” als mannelijke lidwoorden in te voeren in de ortografie ook in de nominatief – Zoals hierboven voorbeelden voor gegeven werden. De neiging om accusatieven te gebruiken in stede van nominatieven noemt “accusativisme”.

    Mettertijd werd er steeds meer geassimileerd en op den duur ontwikkelde zich het tegenwoordige, bij de eerste aanblik vrij chaotisch voorkomende, stelsel:

    nen – voor alle klinkers, en een paar medeklinkers: d, t en h
    nem – voor b, wordt door de meesten geschreven als ”nen” (behalve in Limburg waar geen n wordt uitgesproken voor de b)
    ne – in alle andere gevallen, dwz voor: c f g j k l m n p q r s v w x y z sj zj …

    Let wel! Wellicht assimileert gij anders. Verbetert dan alstublieft dit artikel, en geeft duidelijk aan waarvandaan ge komt, opdat geïnresseerden het mogen weten.

    Dezelfde flexie wordt gebruikt voor bijvoegelijke naamwoorden, voor den, voor bezittelijke voornaamwoorden, etc. Ook in die gevallen zijn de vormen af te leiden van oude accusatieven.

    Sommigen gebruiken (vaak onder invloed van het AN?) “een” ook bij mannelijke woorden.

    Ik heb ne motocyclette gekocht van ne Chinees.
    Ik heb nen oranje motocyclette gekocht van nen oranje Chinees.
    Ik heb nen boom gekocht van ne Japanees.
    Van dezelfde Japanner ook nen automobiel.
    Ik heb nen otto gekocht van nen Hollander.
    Dit is nen blauwen boom. Uitzondering: in Limburg hoor je in het lidwoord of attributief gebruikt adjectief geen -n voor een b; daar is het: ne boom, ne braune boom.

    Voor de volledigheid
    De archaïsche flexie van “een” voor vrouwelijke naamwoorden:
    1. nominatief ene / ‘ne → een / ’n
    2. genitief ener / ’ner
    3. datief ener / ’ner
    4. accusatief ene / ’ne → een / ’n

    Dankzij het feit dat het vrouwelijk lidwoord gereduceerd is tot “een”, onstaan geen problemen doordat men tegenwoordig “ne” zegt bij mannelijke woorden.

    En – hetgeen hier bijna niets terzake doet – het onzijdige:
    1. nominatief een / ’n
    2. genitief eens / ’ns
    3. datief enen / ’nen
    4. accusatief een / ’n

    Gans Vlaanderen
    Bewerking door de Bon op 30 jan 2013 13:54
    21 reactie(s)

    Versie 25

    nen
    (mannelijk onbepaald lidwoord)

    mannelijk onbepaald lidwoord

    Afkomstig van de accusatief in het oude naamvallenstelsel, dat er zo uitzag voor het mannelijk onbepaald lidwoord:

    1. nominatief een / ‘n
    2. genitief eens / ‘ns
    3. datief enen / ‘nen
    4. accusatief enen / ‘nen

    Voorbeelden, dus:
    ‘nen sterken koning
    ‘nen groten boom
    ‘nen roden vis

    Voordat het AN als standaardtaal werd geïmporteerd, pleitten sommige Vlaamse grammatici ervoor “nen” en “den” als mannelijke lidwoorden in te voeren in de ortografie ook in de nominatief – Zoals hierboven voorbeelden voor gegeven werden. De neiging om accusatieven te gebruiken in stede van nominatieven noemt “accusativisme”.

    Mettertijd werd er steeds meer geassimileerd en op den duur ontwikkelde zich het tegenwoordige, bij de eerste aanblik vrij chaotisch voorkomende, stelsel:

    nen – voor alle klinkers, en een paar medeklinkers: d, t en h
    nem – voor b, wordt door de meesten geschreven als ”nen” (behalve in Limburg waar geen n wordt uitgesproken voor de b)
    ne – in alle andere gevallen, dwz voor: c f g j k l m n p q r s v w x y z sj zj …

    Let wel! Wellicht assimileert gij anders. Verbetert dan alstublieft dit artikel, en geeft duidelijk aan waarvandaan ge komt, opdat geïnresseerden het mogen weten.

    Dezelfde flexie wordt gebruikt voor bijvoegelijke naamwoorden, voor den, voor bezittelijke voornaamwoorden, etc. Ook in die gevallen zijn de vormen af te leiden van oude accusatieven.

    Sommigen gebruiken (vaak onder invloed van het AN?) “een” ook bij mannelijke woorden.

    Ik heb ne motocyclette gekocht van ne Chinees.
    Ik heb nen oranje motocyclette gekocht van nen oranje Chinees.
    Ik heb nen boom gekocht van ne Japanees.
    Van dezelfde Japanner ook nen automobiel.
    Ik heb nen otto gekocht van nen Hollander.
    Dit is nen blauwen boom. Uitzondering: in Limburg hoor je in het lidwoord of attributief gebruikt adjectief geen -n voor een b; daar is het: ne boom, ne braune boom.

    Voor de volledigheid
    De archaïsche flexie van “een” voor vrouwelijke naamwoorden:
    1. nominatief ene / ‘ne → een / ’n
    2. genitief ener / ’ner
    3. datief ener / ’ner
    4. accusatief ene / ’ne → een / ’n

    Dankzij het feit dat het vrouwelijk lidwoord gereduceerd is tot “een”, onstaan geen problemen doordat men tegenwoordig “ne” zegt bij mannelijke woorden.

    En – hetgeen hier bijna niets terzake doet – het onzijdige:
    1. nominatief een / ’n
    2. genitief eens / ’ns
    3. datief enen / ’nen
    4. accusatief een / ’n

    Gans Vlaanderen
    Bewerking door de Bon op 10 feb 2012 12:52
    21 reactie(s)

    Versie 24

    nen
    (mannelijk onbepaald lidwoord)

    mannelijk onbepaald lidwoord

    Afkomstig van de accusatief in het oude naamvallenstelsel, dat er zo uitzag voor het mannelijk onbepaald lidwoord:

    1. nominatief een / ‘n
    2. genitief eens / ‘ns
    3. datief enen / ‘nen
    4. accusatief enen / ‘nen

    Voorbeelden, dus:
    ‘nen sterken koning
    ‘nen groten boom
    ‘nen roden vis

    Voordat het AN als standaardtaal werd geïmporteerd, pleitten sommige Vlaamse grammatici ervoor “nen” en “den” als mannelijke lidwoorden in te voeren in de ortografie ook in de nominatief – Zoals hierboven voorbeelden voor gegeven werden. De neiging om accusatieven te gebruiken in stede van nominatieven noemt “accusativisme”.

    Mettertijd werd er steeds meer geassimileerd en op den duur ontwikkelde zich het tegenwoordige, bij de eerste aanblik vrij chaotisch voorkomende, stelsel:

    nen – voor alle klinkers, en een paar medeklinkers: d, t en h
    nem – voor b, wordt door de meesten geschreven als ”nen” (behalve in Limburg waar geen n wordt uitgesproken voor de b)
    ne – in alle andere gevallen, dwz voor: c f g j k l m n p q r s v w x y z sj zj …

    Let wel! Wellicht assimileert gij anders. Verbetert dan alstublieft dit artikel, en geeft duidelijk aan waarvandaan ge komt, opdat geïnresseerden het mogen weten.

    Dezelfde flexie wordt gebruikt voor bijvoegelijke naamwoorden, voor den, voor bezittelijke voornaamwoorden, etc. Ook in die gevallen zijn de vormen af te leiden van oude accusatieven.

    Sommigen gebruiken (vaak onder invloed van het AN?) “een” ook bij mannelijke woorden.

    Ik heb ne motocyclette gekocht van ne Chinees.
    Ik heb nen oranje motorcyclette gekocht van nen oranje Chinees.
    Ik heb nen boom gekocht van ne Japanees.
    Van dezelfde Japanner ook nen automobiel.
    Ik heb nen otto gekocht van nen Hollander.
    Dit is nen blauwen boom. Uitzondering: in Limburg hoor je in het lidwoord of attributief gebruikt adjectief geen -n voor een b; daar is het: ne boom, ne braune boom.

    Voor de volledigheid
    De archaïsche flexie van “een” voor vrouwelijke naamwoorden:
    1. nominatief ene / ‘ne → een / ’n
    2. genitief ener / ’ner
    3. datief ener / ’ner
    4. accusatief ene / ’ne → een / ’n

    Dankzij het feit dat het vrouwelijk lidwoord gereduceerd is tot “een”, onstaan geen problemen doordat men tegenwoordig “ne” zegt bij mannelijke woorden.

    En – hetgeen hier bijna niets terzake doet – het onzijdige:
    1. nominatief een / ’n
    2. genitief eens / ’ns
    3. datief enen / ’nen
    4. accusatief een / ’n

    Gans Vlaanderen
    Bewerking door fansy op 02 jan 2012 09:20
    21 reactie(s)

    Versie 23

    nen
    (mannelijk onbepaald lidwoord)

    mannelijk onbepaald lidwoord

    Afkomstig van de accusatief in het oude naamvallenstelsel, dat er zo uitzag voor het mannelijk onbepaald lidwoord:

    1. nominatief een / ‘n
    2. genitief eens / ‘ns
    3. datief enen / ‘nen
    4. accusatief enen / ‘nen

    Voorbeelden, dus:
    ‘nen sterken koning
    ‘nen groten boom
    ‘nen roden vis

    Voordat het AN als standaardtaal werd geïmporteerd, pleitten sommige Vlaamse grammatici ervoor “nen” en “den” als mannelijke lidwoorden in te voeren in de ortografie ook in de nominatief – Zoals hierboven voorbeelden voor gegeven werden. De neiging om accusatieven te gebruiken in stede van nominatieven noemt “accusativisme”.

    Mettertijd werd er steeds meer geassimileerd en op den duur ontwikkelde zich het tegenwoordige, bij de eerste aanblik vrij chaotisch voorkomende, stelsel:

    nen – voor alle klinkers, en een paar medeklinkers: d, t en h
    nem – voor b, wordt door de meesten geschreven als ”nen” (behalve in Limburg waar geen n wordt uitgesproken voor de b)
    ne – in alle andere gevallen, dwz voor: c f g j k l m n p q r s v w x y z sj zj …

    Let wel! Wellicht assimileert gij anders. Verbetert dan alstublieft dit artikel, en geeft duidelijk aan waarvandaan ge komt, opdat geïnresseerden het mogen weten.

    Dezelfde flexie wordt gebruikt voor bijvoegelijke naamwoorden, voor den, voor bezittelijke voornaamwoorden, etc. Ook in die gevallen zijn de vormen af te leiden van oude accusatieven.

    Sommigen gebruiken (vaak onder invloed van het AN?) “een” ook bij mannelijke woorden.

    Ik heb ne motocyclette gekocht van ne Chinees.
    Ik heb nen oranje motorcyclette gekocht van nen oranje Chinees.
    Ik heb nen boom gekocht van ne Japanees.
    Van dezelfde Japanner ook nen automobiel.
    Ik heb nen otto gekocht van nen Hollander.
    Dit is nen blauwen boom. Uitzondering: in Limburg hoor je in het lidwoord of attributief gebruikt adjectief geen -n voor een b; daar is het: ne boom, ne braune boom.









    Voor de volledigheid
    De archaïsche flexie van “een” voor vrouwelijke naamwoorden:
    1. nominatief ene / ‘ne → een / ’n
    2. genitief ener / ’ner
    3. datief ener / ’ner
    4. accusatief ene / ’ne → een / ’n

    Dankzij het feit dat het vrouwelijk lidwoord gereduceerd is tot “een”, onstaan geen problemen doordat men tegenwoordig “ne” zegt bij mannelijke woorden.

    En – hetgeen hier bijna niets terzake doet – het onzijdige:
    1. nominatief een / ’n
    2. genitief eens / ’ns
    3. datief enen / ’nen
    4. accusatief een / ’n

    Gans Vlaanderen
    Bewerking door de Bon op 15 jun 2011 12:53
    21 reactie(s)

    Versie 22

    nen
    (mannelijk onbepaald lidwoord)

    mannelijk onbepaald lidwoord

    Afkomstig van de accusatief in het oude naamvallenstelsel, dat er zo uitzag voor het mannelijk onbepaald lidwoord:

    1. nominatief een / ‘n
    2. genitief eens / ‘ns
    3. datief enen / ‘nen
    4. accusatief enen / ‘nen

    Voorbeelden, dus:
    ‘nen sterken koning
    ‘nen groten boom
    ‘nen roden vis

    Voordat het AN als standaardtaal werd geïmporteerd, pleitten sommige Vlaamse grammatici ervoor “nen” en “den” als mannelijke lidwoorden in te voeren in de ortografie ook in de nominatief – Zoals hierboven voorbeelden voor gegeven werden. De neiging om accusatieven te gebruiken in stede van nominatieven noemt “accusativisme”.

    Mettertijd werd er steeds meer geassimileerd en op den duur ontwikkelde zich het tegenwoordige, bij de eerste aanblik vrij chaotisch voorkomende, stelsel:

    nen – voor alle klinkers, en een paar medeklinkers: d, t en h
    nem – voor b, wordt door de meesten geschreven als ”nen”
    ne – in alle andere gevallen, dwz voor: c f g j k l m n p q r s v w x y z sj zj …

    Let wel! Wellicht assimileert gij anders. Verbetert dan alstublieft dit artikel, en geeft duidelijk aan waarvandaan ge komt, opdat geïnresseerden het mogen weten.

    Dezelfde flexie wordt gebruikt voor bijvoegelijke naamwoorden, voor den, voor bezittelijke voornaamwoorden, etc. Ook in die gevallen zijn de vormen af te leiden van oude accusatieven.

    Sommigen gebruiken (vaak onder invloed van het AN?) “een” ook bij mannelijke woorden.

    Ik heb ne motocyclette gekocht van ne Chinees.
    Ik heb nen oranje motorcyclette gekocht van nen oranje Chinees.
    Ik heb nen boom gekocht van ne Japanees.
    Van dezelfde Japanner ook nen automobiel.
    Dit is nen blauwen boom.
    Ik heb nen otto gekocht van nen Hollander.








    Voor de volledigheid
    De archaïsche flexie van “een” voor vrouwelijke naamwoorden:
    1. nominatief ene / ‘ne → een / ’n
    2. genitief ener / ’ner
    3. datief ener / ’ner
    4. accusatief ene / ’ne → een / ’n

    Dankzij het feit dat het vrouwelijk lidwoord gereduceerd is tot “een”, onstaan geen problemen doordat men tegenwoordig “ne” zegt bij mannelijke woorden.

    En – hetgeen hier bijna niets terzake doet – het onzijdige:
    1. nominatief een / ’n
    2. genitief eens / ’ns
    3. datief enen / ’nen
    4. accusatief een / ’n

    Regio Waasland
    Bewerking door Grytolle op 04 mei 2009 11:04
    21 reactie(s)

    Versie 21

    nen
    (mannelijk onbepaald lidwoord)

    mannelijk onbepaald lidwoord

    Afkomstig van de accusatief in het oude naamvallenstelsel, dat er zo uitzag voor het mannelijk onbepaald lidwoord:

    1. nominatief een / ‘n
    2. genitief eens / ‘ns
    3. datief enen / ‘nen
    4. accusatief enen / ‘nen

    Voorbeelden, dus:
    ‘nen sterken koning
    ‘nen groten boom
    ‘nen roden vis

    Voordat het AN als standaardtaal werd geïmporteerd, pleitten sommige Vlaamse grammatici ervoor “nen” en “den” als mannelijke lidwoorden in te voeren in de ortografie ook in de nominatief – Zoals hierboven voorbeelden voor gegeven werden. De neiging om accusatieven te gebruiken in stede van nominatieven noemt “accusativisme”.

    Mettertijd werd er steeds meer geassimileerd en op den duur ontwikkelde zich het tegenwoordige, bij de eerste aanblik vrij chaotisch voorkomende, stelsel:

    nen – voor alle klinkers, en een paar medeklinkers: d, t en h
    nem – voor b, wordt door de meesten geschreven als ”nen”
    ne – in alle andere gevallen, dwz voor: c f g j k l m n p q r s v w x y z sj zj …

    Let wel! Wellicht assimileert gij anders. Verbetert dan alstublieft dit artikel, en geeft duidelijk aan waarvandaan ge komt, opdat geïnresseerden het mogen weten.

    Dezelfde flexie wordt gebruikt voor bijvoegelijke naamwoorden, voor den, voor bezittelijke voornaamwoorden, etc. Ook in die gevallen zijn de vormen af te leiden van oude accusatieven.

    Sommigen gebruiken (vaak onder invloed van het AN?) “een” ook bij mannelijke woorden.

    In mijn dialect, en dat wordt door velen beaamd, is nen enkel gebruikt vóór mannelijke zelfstandige woorden, als ze beginnen met een klinker, de letters H,B,D of T. Als er een adjectief voorstaat geldt dezelfde regel. Het is dus ’nen’boom en ’ne’groten boom maar wel ’nen’hogen boom.

    Ik heb ne motocyclette gekocht van ne Chinees.
    Ik heb nen oranje motorcyclette gekocht van nen oranje Chinees.
    Ik heb nen boom gekocht van ne Japanees.
    Van dezelfde Japanner ook nen automobiel.
    Dit is nen blauwen boom.
    Ik heb nen otto gekocht van nen Hollander.








    Voor de volledigheid
    De archaïsche flexie van “een” voor vrouwelijke naamwoorden:
    1. nominatief ene / ‘ne → een / ’n
    2. genitief ener / ’ner
    3. datief ener / ’ner
    4. accusatief ene / ’ne → een / ’n

    Dankzij het feit dat het vrouwelijk lidwoord gereduceerd is tot “een”, onstaan geen problemen doordat men tegenwoordig “ne” zegt bij mannelijke woorden.

    En – hetgeen hier bijna niets terzake doet – het onzijdige:
    1. nominatief een / ’n
    2. genitief eens / ’ns
    3. datief enen / ’nen
    4. accusatief een / ’n

    Regio Waasland
    Bewerking door etjen op 04 mei 2009 10:56
    21 reactie(s)

    Versie 20

    nen
    (mannelijk onbepaald lidwoord)

    mannelijk onbepaald lidwoord

    Afkomstig van de accusatief in het oude naamvallenstelsel, dat er zo uitzag voor het mannelijk onbepaald lidwoord:

    1. nominatief een / ‘n
    2. genitief eens / ‘ns
    3. datief enen / ‘nen
    4. accusatief enen / ‘nen

    Voorbeelden, dus:
    ‘nen sterken koning
    ‘nen groten boom
    ‘nen roden vis

    Voordat het AN als standaardtaal werd geïmporteerd, pleitten sommige Vlaamse grammatici ervoor “nen” en “den” als mannelijke lidwoorden in te voeren in de ortografie ook in de nominatief – Zoals hierboven voorbeelden voor gegeven werden. De neiging om accusatieven te gebruiken in stede van nominatieven noemt “accusativisme”.

    Mettertijd werd er steeds meer geassimileerd en op den duur ontwikkelde zich het tegenwoordige, bij de eerste aanblik vrij chaotisch voorkomende, stelsel:

    nen – voor alle klinkers, en een paar medeklinkers: d, t en h
    nem – voor b, wordt door de meesten geschreven als ”nen”
    ne – in alle andere gevallen, dwz voor: c f g j k l m n p q r s v w x y z sj zj …

    Let wel! Wellicht assimileert gij anders. Verbetert dan alstublieft dit artikel, en geeft duidelijk aan waarvandaan ge komt, opdat geïnresseerden het mogen weten.

    Dezelfde flexie wordt gebruikt voor bijvoegelijke naamwoorden, voor den, voor bezittelijke voornaamwoorden, etc. Ook in die gevallen zijn de vormen af te leiden van oude accusatieven.

    Sommigen gebruiken (vaak onder invloed van het AN?) “een” ook bij mannelijke woorden.

    Ik heb ne motocyclette gekocht van ne Chinees.
    Ik heb nen oranje motorcyclette gekocht van nen oranje Chinees.
    Ik heb nen boom gekocht van ne Japanees.
    Van dezelfde Japanner ook nen automobiel.
    Dit is nen blauwen boom.
    Ik heb nen otto gekocht van nen Hollander.








    Voor de volledigheid
    De archaïsche flexie van “een” voor vrouwelijke naamwoorden:
    1. nominatief ene / ‘ne → een / ’n
    2. genitief ener / ’ner
    3. datief ener / ’ner
    4. accusatief ene / ’ne → een / ’n

    Dankzij het feit dat het vrouwelijk lidwoord gereduceerd is tot “een”, onstaan geen problemen doordat men tegenwoordig “ne” zegt bij mannelijke woorden.

    En – hetgeen hier bijna niets terzake doet – het onzijdige:
    1. nominatief een / ’n
    2. genitief eens / ’ns
    3. datief enen / ’nen
    4. accusatief een / ’n

    Gans Vlaanderen
    Bewerking door Grytolle op 04 mei 2008 13:55
    21 reactie(s)

    Versie 19

    nen
    (mannelijk onbepaald lidwoord)

    mannelijk onbepaald lidwoord

    Afkomstig van de accusatief in het oude naamvallenstelsel, dat er zo uitzag voor het mannelijk onbepaald lidwoord:

    1. nominatief een / ‘n
    2. genitief eens / ‘ns
    3. datief enen / ‘nen
    4. accusatief enen / ‘nen

    Voorbeelden, dus:
    ‘nen sterken koning
    ‘nen groten boom
    ‘nen roden vis

    Voordat het AN als standaardtaal werd geïmporteerd, pleitten sommige Vlaamse grammatici ervoor “nen” en “den” als mannelijke lidwoorden in te voeren in de ortografie ook in de nominatief – Zoals hierboven voorbeelden voor gegeven werden. De neiging om accusatieven te gebruiken in stede van nominatieven noemt “accusativisme”.

    Mettertijd werd er steeds meer geassimileerd en op den duur ontwikkelde zich het tegenwoordige, bij de eerste aanblik vrij chaotisch voorkomende, stelsel:

    nen – voor alle klinkers, en een paar medeklinkers: d, t en h
    nem – voor b, wordt door de meesten geschreven als ”nen”
    ne – in alle andere gevallen, dwz voor: c f g j k l m n p q r s v w x y z sj zj …

    Let wel! Wellicht assimileert gij anders. Verbetert dan alstublieft dit artikel, en geeft duidelijk aan waarvandaan ge komt, opdat geïnresseerden het mogen weten.

    Dezelfde flexie wordt gebruikt voor bijvoegelijke naamwoorden, voor den, voor bezettelijke voornaamwoorden, etc. Ook in die gevallen zijn de vormen af te leiden van oude accusatieven.

    Sommigen gebruiken (vaak onder invloed van het AN?) “een” ook bij mannelijke woorden.

    Ik heb ne motocyclette gekocht van ne Chinees.
    Ik heb nen oranje motorcyclette gekocht van nen oranje Chinees.
    Ik heb nen boom gekocht van ne Japanees.
    Van dezelfde Japanner ook nen automobiel.
    Dit is nen blauwen boom.
    Ik heb nen otto gekocht van nen Hollander.








    Voor de volledigheid
    De archaïsche flexie van “een” voor vrouwelijke naamwoorden:
    1. nominatief ene / ‘ne → een / ’n
    2. genitief ener / ’ner
    3. datief ener / ’ner
    4. accusatief ene / ’ne → een / ’n

    Dankzij het feit dat het vrouwelijk lidwoord gereduceerd is tot “een”, onstaan geen problemen doordat men tegenwoordig “ne” zegt bij mannelijke woorden.

    En – hetgeen hier bijna niets terzake doet – het onzijdige:
    1. nominatief een / ’n
    2. genitief eens / ’ns
    3. datief enen / ’nen
    4. accusatief een / ’n

    Gans Vlaanderen
    Bewerking door Grytolle op 04 mei 2008 13:51
    21 reactie(s)

    Versie 18

    nen
    (mannelijk onbepaald lidwoord)

    mannelijk onbepaald lidwoord

    Afkomstig van de accusatief in het oude naamvallenstelsel, dat er zo uitzag voor het mannelijk onbepaald lidwoord:

    1. nominatief een / ‘n
    2. genitief eens / ‘ns
    3. datief enen / ‘nen
    4. accusatief enen / ‘nen

    Voorbeelden, dus:
    ‘nen sterken koning
    ‘nen groten boom
    ‘nen roden vis

    Voordat het AN als standaardtaal werd geïmporteerd, pleitten sommige Vlaamse grammatici ervoor “nen” en “den” als mannelijke lidwoorden in te voeren in de ortografie ook in de nominatief – Zoals hierboven voorbeelden voor gegeven werden. De neiging om accusatieven te gebruiken in stede van nominatieven noemt “accusativisme”.

    Mettertijd werd er steeds meer geassimileerd en op den duur ontwikkelde zich het tegenwoordige, bij de eerste aanblik vrij chaotisch voorkomende, stelsel:

    nen – voor alle klinkers, en een paar medeklinkers: d, t en h
    nem – voor b, wordt door de meesten geschreven als ”nen”
    ne – in alle andere gevallen, dwz voor: c f g j k l m n p q r s v w x y z sj zj …

    Let wel! Wellicht assimileert gij anders. Verbetert dan alstublieft dit artikel, en geeft duidelijk aan waarvandaan ge komt, opdat geïnresseerden het mogen weten.

    Dezelfde flexie wordt gebruikt voor bijvoegelijke naamwoorden, voor den, voor bezettelijke voornaamwoorden, etc. Ook in die gevallen zijn de vormen af te leiden van oude accusatieven.

    Sommigen gebruiken (vaak onder invloed van het AN?) “een” ook bij mannelijke woorden.

    Ik heb ne motocyclette gekocht van ne Chinees.
    Ik heb nen oranje motorcyclette gekocht van nen oranje Chinees.
    Ik heb nen boom gekocht van ne Japanees.
    Van dezelfde Japanner ook nen automobiel.
    Dit is nen blauwen boom.
    Ik heb nen otto gekocht van nen Hollander.








    Voor de volledigheid
    De archaïsche flexie van “een” voor vrouwelijke naamwoorden:
    1. nominatief ene / ‘ne
    2. genitief ener / ’ner
    3. datief ener / ’ner
    4. accusatief ene / ’ne

    Dankzij het feit dat het vrouwelijk lidwoord gereduceerd is tot “een”, onstaan geen problemen doordat men tegenwoordig “ne” zegt bij mannelijke woorden.

    En – hetgeen hier bijna niets terzake doet – het onzijdige:
    1. nominatief een / ’n
    2. genitief eens / ’ns
    3. datief enen / ’nen
    4. accusatief een / ’n

    Gans Vlaanderen
    Bewerking door Grytolle op 03 mei 2008 20:43
    21 reactie(s)

    Versie 17

    nen
    (mannelijk onbepaald lidwoord)

    mannelijk onbepaald lidwoord

    Afkomstig van de accusatief in het oude naamvallenstelsel, dat er zo uitzag voor het mannelijk onbepaald lidwoord:

    1. nominatief een / ‘n
    2. genitief eens / ‘ns
    3. datief enen / ‘nen
    4. accusatief enen / ‘nen

    Voorbeelden, dus:
    ‘nen sterken koning
    ‘nen groten boom
    ‘nen roden vis

    Voordat het AN als standaardtaal werd geïmporteerd, pleitten sommige Vlaamse grammatici ervoor “nen” en “den” als mannelijke lidwoorden in te voeren in de ortografie ook in de nominatief – Zoals hierboven voorbeelden voor gegeven werden. De neiging om accusatieven te gebruiken in stede van nominatieven noemt “accusativisme”.

    Mettertijd werd er steeds meer geassimileerd en op den duur ontwikkelde zich het tegenwoordige, bij de eerste aanblik vrij chaotisch voorkomende, stelsel:

    nen – voor alle klinkers, en een paar medeklinkers: d, t en h
    nem – voor b, wordt door de meesten geschreven als ”nen”
    ne – in alle andere gevallen, dwz voor: c f g j k l m n p q r s v w x y z sj zj …

    Let wel! Wellicht assimileert gij anders. Verbetert dan alstublieft dit artikel, en geeft duidelijk aan waarvandaan ge komt, opdat geïnresseerden het mogen weten.

    Dezelfde flexie wordt gebruikt voor bijvoegelijke naamwoorden, voor den, voor bezettelijke voornaamwoorden, etc. Ook in die gevallen zijn de vormen af te leiden van oude accusatieven.

    Sommigen gebruiken (vaak onder invloed van het AN?) “een” ook bij mannelijke woorden.

    Ik heb ne motocyclette gekocht van ne Chinees.
    Ik heb nen oranje motorcyclette gekocht van nen oranje Chinees.
    Ik heb nen boom gekocht van ne Japanees.
    Van dezelfde Japanner ook nen automobiel.
    Dit is nen blauwen boom.
    Ik heb nen otto gekocht van nen Hollander.








    Voor de volledigheid
    De archaïsche flexie van “een” voor vrouwelijke naamwoorden:
    1. nominatief ene / ‘ne
    2. genitief ener / ’ner
    3. datief ener / ’ner
    4. accusatief ene / ’ne

    Dankzij het feit dat het vrouwelijk lidwoord gereduceerd is tot “een”, onstaan geen problemen doordat men tegenwoordig “ne” zegt bij mannelijke woorden.

    En – hetgeen hier bijna niets terzake doet – het onzijdige:
    1. nominatief een / ’n
    2. genitief eens / ’ns
    3. datief enen / ’nen
    4. accusatief een / ’n

    Gans Vlaanderen
    Bewerking door Grytolle op 03 mei 2008 20:43
    21 reactie(s)

    Versie 16

    nen
    (mannelijk onbepaald lidwoord)

    mannelijk onbepaald lidwoord

    Afkomstig van de accusatief in het oude naamvallenstelsel, dat er zo uitzag voor het mannelijk onbepaald lidwoord:

    1. nominatief een / ‘n
    2. genitief eens / ‘ns
    3. datief enen / ‘nen
    4. accusatief enen / ‘nen

    Voorbeelden, dus:
    ‘nen sterken koning
    ‘nen groten boom
    ‘nen roden vis

    Voordat het AN als standaardtaal werd geïmporteerd, pleitten sommige Vlaamse grammatici ervoor “nen” en “den” als mannelijke lidwoorden in te voeren in de ortografie ook in de nominatief – Zoals hierboven voorbeelden voor gegeven werden. De neiging om accusatieven te gebruiken in stede van nominatieven noemt “accusativisme”.

    Mettertijd werd er steeds meer geassimileerd en op den duur ontwikkelde zich het tegenwoordige, bij de eerste aanblik vrij chaotisch voorkomende, stelsel:

    nen – voor alle klinkers, en een paar medeklinkers: d, t en h
    nem – voor b, wordt door de meesten geschreven als ”nen”
    ne – in alle andere gevallen, dwz voor: c f g j k l m n p q r s v w x y z sj zj …

    Let wel! Wellicht assimileert gij anders. Verbetert dan alstublieft dit artikel, en geeft duidelijk aan waarvandaan ge komt, opdat geïnresseerden het mogen weten.

    Dezelfde flexie wordt gebruikt voor bijvoegelijke naamwoorden, voor den, voor bezettelijke voornaamwoorden, etc. Ook in die gevallen zijn de vormen af te leiden van oude accusatieven.

    Sommigen gebruiken (vaak onder invloed van het AN?) “een” ook bij mannelijke woorden.

    Ik heb ne motocyclette gekocht van ne Chinees.
    Ik heb nen oranje motorcyclette gekocht van nen oranje Chinees.
    Ik heb nen boom gekocht van ne Japanees.
    Van dezelfde Japanner ook nen automobiel.
    Dit is nen blauwen boom.
    Ik heb nen otto gekocht van nen Hollander.








    Voor de volledigheid
    De archaïsche flexie van “een” voor vrouwelijke naamwoorden:
    1. nominatief ene / ‘ne
    2. genitief ener / ’ner
    3. datief ener / ’ner
    4. accusatief ene / ’ne

    Dankzij het feit dat het vrouwelijke lidwoord gereduceerd is tot “een”, onstaan geen problemen doordat men tegenwoordig “ne” zegt bij mannelijke woorden.

    En – hetgeen hier bijna niets terzake doet – het onzijdige:
    1. nominatief een / ’n
    2. genitief eens / ’ns
    3. datief enen / ’nen
    4. accusatief een / ’n

    Gans Vlaanderen
    Bewerking door Grytolle op 03 mei 2008 20:36
    21 reactie(s)

    Versie 15

    nen
    (mannelijk onbepaald lidwoord)

    mannelijk onbepaald lidwoord

    Afkomstig van de accusatief in het oude naamvallenstelsel, dat er zo uitzag voor het mannelijk onbepaald lidwoord:

    1. nominatief een / ‘n
    2. genitief eens / ‘ns
    3. datief enen / ‘nen
    4. accusatief enen / ‘nen

    Voorbeelden, dus:
    ‘nen sterken koning
    ‘nen groten boom
    ‘nen roden vis

    Voordat het AN als standaardtaal werd geïmporteerd, pleitten sommige Vlaamse grammatici ervoor “nen” en “den” als mannelijke lidwoorden in te voeren in de ortografie ook in de nominatief – Zoals hierboven voorbeelden voor gegeven werden. De neiging om accusatieven te gebruiken in stede van nominatieven noemt “accusativisme”.

    Mettertijd werd er steeds meer geassimileerd en op den duur ontwikkelde zich het tegenwoordige, bij de eerste aanblik vrij chaotisch voorkomende, stelsel:

    nen – voor alle klinkers, en een paar medeklinkers: d, t en h
    nem – voor b, wordt door de meesten geschreven als ”nen”
    ne – in alle andere gevallen, dwz voor: c f g j k l m n p q r s v w x y z sj zj …

    Let wel! Wellicht assimileert gij anders. Verbetert dan alstublieft dit artikel, en geeft duidelijk aan waarvandaan ge komt, opdat geïnresseerden het mogen weten.

    Dezelfde flexie wordt gebruikt voor bijvoegelijke naamwoorden, voor den, voor bezettelijke voornaamwoorden, etc. Ook in die gevallen zijn de vormen af te leiden van oude accusatieven.

    Sommigen gebruiken (vaak onder invloed van het AN?) “een” ook bij mannelijke woorden.

    Ik heb ne motocyclette gekocht van ne Chinees.
    Ik heb nen oranje motorcyclette gekocht van nen oranje Chinees.
    Ik heb nen boom gekocht van ne Japanees.
    Van dezelfde Japanner ook nen automobiel.
    Dit is nen blauwen boom.
    Ik heb nen otto gekocht van nen Hollander.








    Voor de volledigheid
    De archaïsche flexie van “een” voor vrouwelijke naamwoorden:
    1. nominatief ene / ‘ne
    2. genitief ener / ’ner
    3. datief ener / ’ner
    4. accusatief ene / ’ne

    Dankzij het feit dat het vrouwelijke lidwoord gereduceerd is tot “een”, onstaan geen problemen doordat men tegenwoordig “ne” zegt bij mannelijke woorden.

    En – hetgeen hier bijna niets terzake doet – het onzijdige:
    1. nominatief een / ‘n
    2. genitief eens / ’ns
    3. datief enen / ’nen
    4. accusatief een / ’n

    Gans Vlaanderen
    Bewerking door Grytolle op 03 mei 2008 20:36
    21 reactie(s)

    Versie 14

    nen
    (mannelijk onbepaald lidwoord)

    mannelijk onbepaald lidwoord

    Afkomstig van de accusatief in het oude naamvallenstelsel, dat er zo uitzag voor het mannelijk onbepaald lidwoord:

    1. nominatief een / ‘n
    2. genitief eens / ‘ns
    3. datief enen / ‘nen
    4. accusatief enen / ‘nen

    Voorbeelden, dus:
    ‘nen sterken koning
    ‘nen groten boom
    ‘nen roden vis

    Voordat het AN als standaardtaal werd geïmporteerd, pleitten sommige Vlaamse grammatici ervoor “nen” en “den” als mannelijke lidwoorden in te voeren in de ortografie ook in de nominatief – Zoals hierboven voorbeelden voor gegeven werden. De neiging om accusatieven te gebruiken in stede van nominatieven noemt “accusativisme”.

    Mettertijd werd er steeds meer geassimileerd en op den duur ontwikkelde zich het tegenwoordige, bij de eerste aanblik vrij chaotisch voorkomende, stelsel:

    nen – voor alle klinkers, en een paar medeklinkers: d, t en h
    nem – voor b, wordt door de meesten geschreven als ”nen”
    ne – in alle andere gevallen, dwz voor: c f g j k l m n p q r s v w x y z sj zj …

    Let wel! Wellicht assimileert gij anders. Verbetert dan alstublieft dit artikel, en geeft duidelijk aan waarvandaan ge komt, opdat geïnresseerden het mogen weten.

    Dezelfde flexie wordt gebruikt voor bijvoegelijke naamwoorden, voor den, voor bezettelijke voornaamwoorden, etc. Ook in die gevallen zijn de vormen af te leiden van oude accusatieven.

    Sommigen gebruiken (vaak onder invloed van het AN?) “een” ook bij mannelijke woorden.

    Ik heb ne motocyclette gekocht van ne Chinees.
    Ik heb nen oranje motorcyclette gekocht van nen oranje Chinees.
    Ik heb nen boom gekocht van ne Japanees.
    Van dezelfde Japanner ook nen automobiel.
    Dit is nen blauwen boom.
    Ik heb nen otto gekocht van nen Hollander.








    Voor de volledigheid
    De archaïsche flexie van “een” voor vrouwelijke naamwoorden:
    1. nominatief ene / ‘ne
    2. genitief ener / ’ner
    3. datief ener / ’ner
    4. accusatief ene / ’ne

    Dankzij het feit dat het vrouwelijke lidwoord gereduceerd is tot “een”, onstaan geen problemen doordat men tegenwoordig “ne” zegt bij mannelijke woorden.

    En, hetgeen bijna niets hier terzake doet, het onzijdige:
    1. nominatief een / ‘n
    2. genitief eens / ’ns
    3. datief enen / ’nen
    4. accusatief een / ’n

    Gans Vlaanderen
    Bewerking door Grytolle op 03 mei 2008 20:35
    21 reactie(s)

    Versie 13

    nen
    (mannelijk onbepaald lidwoord)

    mannelijk onbepaald lidwoord

    Afkomstig van de accusatief in het oude naamvallenstelsel, dat er zo uitzag voor het mannelijk onbepaald lidwoord:

    1. nominatief een / ‘n
    2. genitief eens / ‘ns
    3. datief enen / ‘nen
    4. accusatief enen / ‘nen

    Voorbeelden, dus:
    ‘nen sterken koning
    ‘nen groten boom
    ‘nen roden vis

    Voordat het AN als standaardtaal werd geïmporteerd, pleitten sommige Vlaamse grammatici ervoor “nen” en “den” als mannelijke lidwoorden in te voeren in de ortografie ook in de nominatief – Zoals hierboven voorbeelden voor gegeven werden. De neiging om accusatieven te gebruiken in stede van nominatieven noemt “accusativisme”.

    Mettertijd werd er steeds meer geassimileerd en op den duur ontwikkelde zich het tegenwoordige, bij de eerste aanblik vrij chaotisch voorkomende, stelsel:

    nen – voor alle klinkers, en een paar medeklinkers: d, t en h
    nem – voor b, wordt door de meesten geschreven als ”nen”
    ne – in alle andere gevallen, dwz voor: c f g j k l m n p q r s v w x y z sj zj …

    Let wel! Wellicht assimileert gij anders. Verbetert dan alstublieft dit artikel, en geeft duidelijk aan waarvandaan ge komt, opdat geïnresseerden het mogen weten.

    Dezelfde flexie wordt gebruikt voor bijvoegelijke naamwoorden, voor den, voor bezettelijke voornaamwoorden, etc. Ook in die gevallen zijn de vormen af te leiden van oude accusatieven.

    Sommigen gebruiken (vaak onder invloed van het AN?) “een” ook bij mannelijke woorden.

    Ik heb ne motocyclette gekocht van ne Chinees.
    Ik heb nen oranje motorcyclette gekocht van nen oranje Chinees.
    Ik heb nen boom gekocht van ne Japanees.
    Van dezelfde Japanner ook nen automobiel.
    Dit is nen blauwen boom.
    Ik heb nen otto gekocht van nen Hollander.


    Voor de volledigheid
    De archaïsche flexie van “een” voor vrouwelijke naamwoorden:
    1. nominatief ene / ‘ne
    2. genitief ener / ’ner
    3. datief ener / ’ner
    4. accusatief ene / ’ne

    Dankzij het feit dat het vrouwelijke lidwoord gereduceerd is tot “een”, onstaan geen problemen doordat men tegenwoordig “ne” zegt bij mannelijke woorden.

    En, hetgeen bijna niets hier terzake doet, het onzijdige:
    1. nominatief een / ‘n
    2. genitief eens / ’ns
    3. datief enen / ’nen
    4. accusatief een / ’n

    Gans Vlaanderen
    Bewerking door Grytolle op 03 mei 2008 20:34
    21 reactie(s)

    Versie 12

    nen
    (mannelijk onbepaald lidwoord)

    mannelijk onbepaald lidwoord

    Afkomstig van de accusatief in het oude naamvallenstelsel, dat er zo uitzag voor het mannelijk onbepaald lidwoord:

    1. nominatief een / ‘n
    2. genitief eens / ‘ns
    3. datief enen / ‘nen
    4. accusatief enen / ‘nen

    Voorbeelden, dus:
    ‘nen sterken koning
    ‘nen groten boom
    ‘nen roden vis

    Voordat het AN als standaardtaal werd geïmporteerd, pleitten sommige Vlaamse grammatici ervoor “nen” en “den” als mannelijke lidwoorden in te voeren in de ortografie ook in de nominatief – Zoals hierboven voorbeelden voor gegeven werden. De neiging om accusatieven te gebruiken in stede van nominatieven noemt “accusativisme”.

    Mettertijd werd er steeds meer geassimileerd en op den duur ontwikkelde zich het tegenwoordige, bij de eerste aanblik vrij chaotisch voorkomende, stelsel:

    nen – voor alle klinkers, en een paar medeklinkers: d, t en h
    nem – voor b, wordt door de meesten geschreven als ”nen”
    ne – in alle andere gevallen, dwz voor: c f g j k l m n p q r s v w x y z sj zj …

    Let wel! Wellicht assimileert gij anders. Verbetert dan alstublieft dit artikel, en geeft duidelijk aan waarvandaan ge komt, opdat geïnresseerden het mogen weten.

    Dezelfde flexie wordt gebruikt voor bijvoegelijke naamwoorden, voor den, voor bezettelijke voornaamwoorden, etc. Ook in die gevallen zijn de vormen af te leiden van oude accusatieven.

    Sommigen gebruiken (vaak onder invloed van het AN?) “een” ook bij mannelijke woorden.

    Ik heb ne motocyclette gekocht van ne Chinees.
    Ik heb nen oranje motorcyclette gekocht van nen oranje Chinees.
    Ik heb nen boom gekocht van ne Japanees.
    Van dezelfde Japanner ook nen automobiel.
    Dit is nen blauwen boom.
    Ik heb nen otto gekocht van nen Hollander.

    Gans Vlaanderen
    Bewerking door Grytolle op 03 mei 2008 20:13
    21 reactie(s)

    Versie 11

    nen
    (mannelijk onbepaald lidwoord)

    mannelijk onbepaald lidwoord

    Afkomstig van de accusatief in het oude naamvallenstelsel, dat er zo uitzag voor het mannelijk onbepaald lidwoord:

    1. nominatief een / ‘n
    2. genitief eens / ‘ns
    3. datief enen / ‘nen
    4. accusatief enen / ‘nen

    Voorbeelden, dus:
    ‘nen sterken koning
    ‘nen groten boom
    ‘nen roden vis

    Voordat het AN als standaardtaal werd genomen, pleitten sommige Vlaamse grammatici ervoor “nen” en “den” als mannelijke lidwoorden in te voeren in de ortografie ook in de nominatief – Zoals hierboven voorbeelden voor gegeven werden. De neiging om accusatieven te gebruiken in stede van nominatieven noemt “accusativisme”.

    Mettertijd werd er steeds meer geassimileerd en op den duur ontwikkelde zich het tegenwoordige, bij de eerste aanblik vrij chaotisch voorkomende, stelsel:

    nen – voor alle klinkers, en een paar medeklinkers: d, t en h
    nem – voor b, wordt door de meesten geschreven als ”nen”
    ne – in alle andere gevallen, dwz voor: c f g j k l m n p q r s v w x y z sj zj …

    Let wel! Wellicht assimileert gij anders. Verbetert dan alstublieft dit artikel, en geeft duidelijk aan waarvandaan ge komt, opdat geïnresseerden het mogen weten.

    Dezelfde flexie wordt gebruikt voor bijvoegelijke naamwoorden, voor den, voor bezettelijke voornaamwoorden, etc. Ook in die gevallen zijn de vormen af te leiden van oude accusatieven.

    Sommigen gebruiken (vaak onder invloed van het AN?) “een” ook bij mannelijke woorden.

    Ik heb ne motocyclette gekocht van ne Chinees.
    Ik heb nen oranje motorcyclette gekocht van nen oranje Chinees.
    Ik heb nen boom gekocht van ne Japanees.
    Van dezelfde Japanner ook nen automobiel.
    Dit is nen blauwen boom.
    Ik heb nen otto gekocht van nen Hollander.

    Gans Vlaanderen
    Bewerking door Grytolle op 03 mei 2008 20:10
    21 reactie(s)

    Versie 10

    nen
    (mannelijk onbepaald lidwoord)

    mannelijk onbepaald lidwoord

    afkomstig van de accusatief in het oude naamvallenstelsel, dat zo uitzag in het mannelijke:
    1. nominatief een / ‘n
    2. genitief eens / ‘ns
    3. datief enen / ‘nen
    4. accusatief enen / ‘nen

    Voorbeelden, dus:
    ‘nen sterken koning
    ‘nen groten boom
    ‘nen roden pen

    Voordat het AN als standaardtaal werd genomen, pleitten sommige Vlaamse grammatici ervoor “nen” en “den” als mannelijke lidwoorden in te voeren in de ortografie ook in de nominatief – Zoals hierboven voorbeelden voor gegeven werden. De neiging om accusatieven te gebruiken in stede van nominatieven noemt "accusativisme.

    Mettertijd werd er steeds meer geassimileerd en op den duur ontwikkelde zich het tegenwoordige, bij de eerste aanblik vrij chaotisch voorkomende, stelsel:

    nen – voor alle klinkers, en een paar medeklinkers: d, t en h
    nem – voor b, wordt door de meesten geschreven als ”nen”
    ne – in alle andere gevallen, dwz voor: c f g j k l m n p q r s v w x y z sj zj …

    Let wel! Wellicht assimileert gij anders. Verbetert dan alstublieft dit artikel, en geeft duidelijk aan waarvandaan ge komt, opdat geïnresseerden het mogen weten.

    Dezelfde flexie wordt gebruikt voor bijvoegelijke naamwoorden, voor den, voor bezettelijke voornaamwoorden, etc. Ook in die gevallen zijn de vormen af te leiden van oude accusatieven.

    Sommigen gebruiken (vaak onder invloed van het AN?) “een” ook bij mannelijke woorden.

    Ik heb ne motocyclette gekocht van ne Chinees.
    Ik heb nen oranje motorcyclette gekocht van nen oranje Chinees.
    Ik heb nen boom gekocht van ne Japanees.
    Van dezelfde Japanner ook nen automobiel.
    Dit is nen blauwen boom.
    Ik heb nen otto gekocht van nen Hollander.

    Gans Vlaanderen
    Bewerking door Grytolle op 03 mei 2008 20:05
    21 reactie(s)

    Versie 9

    nen
    (mannelijk onbepaald lidwoord)

    mannelijk onbepaald lidwoord

    afkomstig van de accusatief in het oude naamvallenstelsel, dat zo uitzag in het mannelijke:
    1. nominatief een / ‘n
    2. genitief eens / ‘ns
    3. datief enen / ‘nen
    4. accusatief enen / ‘nen

    Voorbeelden, dus:
    ‘nen sterken koning
    ‘nen groten boom
    ‘nen roden pen

    Voor het AN als standaardtaal werd genomen, pleitten sommige Vlaamse grammatici ervoor “nen” en “den” als mannelijke lidwoorden in te voeren in de ortografie ook in de nominatief – Zoals hier boven voorbeelden voor gegeven werden.

    Mettertijd werd er steeds meer geassimileerd en op den duur ontwikkelde zich het tegenwoordige, bij de eerste aanblik vrij chaotisch voorkomende, stelsel:

    nen – voor alle klinkers, en een paar medeklinkers: d, t en h
    nem – voor b, wordt door de meesten geschreven als ”nen”
    ne – in alle andere gevallen, dwz voor: c f g j k l m n p q r s v w x y z sj zj …

    Let wel! Wellicht assimileert gij anders. Verbetert dan alstublieft dit artikel, en geeft duidelijk aan waarvandaan ge komt, opdat geïnresseerden het mogen weten.

    Dezelfde flexie wordt gebruikt voor bijvoegelijke naamwoorden, voor den, voor bezettelijke voornaamwoorden, etc. Ook in die gevallen zijn de vormen af te leiden van oude accusatieven.

    Sommigen gebruiken (vaak onder invloed van het AN?) “een” ook bij mannelijke woorden.

    Ik heb ne motocyclette gekocht van ne Chinees.
    Ik heb nen oranje motorcyclette gekocht van nen oranje Chinees.
    Ik heb nen boom gekocht van ne Japanees.
    Van dezelfde Japanner ook nen automobiel.
    Dit is nen blauwen boom.
    Ik heb nen otto gekocht van nen Hollander.

    Gans Vlaanderen
    Bewerking door Grytolle op 03 mei 2008 20:01
    21 reactie(s)

    Versie 8

    nen
    (mannelijk onbepaald lidwoord)

    mannelijk onbepaald lidwoord

    afkomstig van de accusatief in het oude naamvallenstelsel, dat zo uitzag in het mannelijke:
    1. nominatief een / ‘n
    2. genitief eens / ‘ns
    3. datief enen / ‘nen
    4. accusatief enen / ‘nen

    Voorbeelden, dus:
    ‘nen sterken koning
    ‘nen groten boom
    ‘nen roden pen

    Voor het AN als standaardtaal werd genomen, pleitten sommige Vlaamse grammatici ervoor “nen” en “den” als mannelijke lidwoorden in te voeren in de ortografie ook in de nominatief – Zoals hier boven voorbeelden voor gegeven werden.

    Mettertijd werd er steeds meer geassimileerd en op den duur ontwikkelde zich het tegenwoordige, bij de eerste aanblik vrij chaotisch voorkomende, stelsel:

    nen – voor alle klinkers, en een paar medeklinkers: d, t en h
    nem – voor b, wordt door de meesten geschreven als ”nen”
    ne – in alle andere gevallen, dwz voor: c f g j k l m n p q r s v w x y z sj zj …

    Let wel! Wellicht assimileert gij anders. Verbetert dan alstublieft dit artikel, en geeft duidelijk aan waarvandaan ge komt, opdat geïnresseerden het mogen weten.

    Dezelfde flexie wordt gebruikt voor bijvoegelijke naamwoorden, met den, bezettelijke voornaamwoorden, etc. Ook in die gevallen zijn de vormen af te leiden van oude accusatieven.

    Sommigen gebruiken (vaak onder invloed van het AN?) “een” ook bij mannelijke woorden.

    Ik heb ne motocyclette gekocht van ne Chinees.
    Ik heb nen oranje motorcyclette gekocht van nen oranje Chinees.
    Ik heb nen boom gekocht van ne Japanees.
    Van dezelfde Japanner ook nen automobiel.
    Dit is nen blauwen boom.
    Ik heb nen otto gekocht van nen Hollander.

    Gans Vlaanderen
    Bewerking door Grytolle op 03 mei 2008 19:59
    21 reactie(s)

    Versie 7

    nen
    (onbepaald lidwoord)

    wordt gebruikt ter vervanging van “een” voor woorden die met een klinkerklank beginnen, en mannelijk zijn

    ook vóór sommige andere letters, maar niet door iedereen, bv. “t”, “d” en “h”

    zie ook: “ne” en “nem

    Ik heb nen otto gekocht van nen Hollander.

    Gans Vlaanderen
    Bewerking door Grytolle op 12 feb 2008 17:24
    21 reactie(s)

    Versie 6

    nen
    (onbepaald lidwoord)

    wordt gebruikt ter vervanging van “een” voor woorden die met een klinkerklank beginnen, en mannelijk zijn

    ook vóór sommige andere letters, maar niet door iedereen, bv. “t”, “d” en “h”

    zie ook “ne” en “nem

    Ik heb nen otto gekocht van nen Hollander.

    Gans Vlaanderen
    Bewerking door Grytolle op 12 feb 2008 17:24
    21 reactie(s)

    Versie 5

    nen

    lidwoord, wordt gebruikt ter vervanging van “een” voor woorden die met een klinkerklank beginnen, en mannelijk zijn

    ook vóór sommige andere letters, maar niet door iedereen, bv. “t”, “d” en “h”

    zie ook “ne” en “nem

    Ik heb nen otto gekocht van nen Hollander.

    Gans Vlaanderen
    Bewerking door Grytolle op 12 feb 2008 17:14
    21 reactie(s)

    Versie 4

    nen

    lidwoord, wordt gebruikt ter vervanging van “een” voor woorden die met een klinkerklank beginnen, en mannelijk zijn

    ook vóór sommige letters, maar niet door iedereen, bv. “t”, “d” en “h”

    zie ook “ne” en “nem

    Ik heb nen otto gekocht van nen Hollander.

    Gans Vlaanderen
    Bewerking door Grytolle op 12 feb 2008 17:07
    21 reactie(s)

    Versie 3

    nen

    lidwoord, wordt gebruikt ter vervanging van “een” voor woorden die met een klinkerklank beginnen, en mannelijk zijn

    ook vóór sommige letters, maar niet door iedereen, bv. “t”, “d” en “h”

    Ik heb nen otto gekocht van nen Hollander.

    Gans Vlaanderen
    Bewerking door Grytolle op 12 feb 2008 17:07
    21 reactie(s)

    Versie 2

    nen

    lidwoord, wordt gebruikt ter vervanging van “een” voor woorden die met een klinkerklank beginnen, en mannelijk zijn

    ook vóór sommige letters, maar niet door iedereen, bv. “t” en “d”

    Ik heb nen otto gekocht van nen Hollander.

    Gans Vlaanderen
    Bewerking door Grytolle op 12 feb 2008 17:07
    21 reactie(s)

    Versie 1

    nen

    lidwoord, wordt gebruikt ter vervanging van “een” voor woorden die met een klinkerklank beginnen

    Ik heb nen otto gekocht van nen Hollander.

    Gans Vlaanderen
    Bewerking door aliekens op 15 sep 2007 16:15
    21 reactie(s)

    Developers gezocht!
    De code achter het Vlaams woordenboek heeft dringend een update nodig.
    Wil je deze website graag mee een nieuw leven geven? Ik zoek een team adoptieouders.
    Stuur me een e-mailtje als je wil helpen, merci!

    Het Vlaams woordenboek  |  Concept en realisatie door Anthony Liekens

    Creative Commons License

    Het Vlaams Woordenboek by Anthony Liekens is licensed under a Creative Commons Attribution-NonCommercial-ShareAlike 4.0 International License.